Wetsvoorstel voor goedkopere windenergie op zee

De regering moet het wetsvoorstel Tweezijdige contracten ter verrekening van verschillen vóór het zomerreces naar de Kamer sturen. Deze contracten (ook wel CfD’s genoemd) geven prijszekerheid voor windenergie op zee. Hierdoor dalen de kosten voor nieuwe projecten. Dit is nodig voor de Nederlandse energiezekerheid en een betaalbare energierekening.

Motie van het lid Klos c.s. over het wetsvoorstel Tweewijzige contracten ter verrekening van verschillen voor het zomerreces naar de Kamer sturen

De kamer, constaterende dat de uitrol van windenergie op zee cruciaal is voor de Nederlandse energiezekerheid, het behalen van de klimaatdoelen en een betaalbare energierekening; constaterende dat een prijszekerheidsmechanisme essentieel is voor toekomstige «wind op zee»-projecten; constaterende dat Contracts for Difference (CfD’s) kunnen bijdragen aan lagere financieringskosten voor hernieuwbare elektriciteitsprojecten en daarmee een kosteneffectieve verdere uitrol van wind op zee mogelijk maken; overwegende dat het kabinet heeft aangegeven een voortvarende behandeling van het wetsvoorstel Tweezijdige contracten ter verrekening van verschillen wenselijk te achten; verzoekt de regering om het wetsvoorstel Tweezijdige contracten ter verrekening van verschillen nog vóór het zomerreces naar de Kamer te sturen.
3 juni | D66, CU, GL-PvdA | Aangenomen: 107–43 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een energiebeleid dat draait om betaalbaarheid, beschikbaarheid en betrouwbaarheid [5]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat de energietransitie leidt tot stijgende energiekosten en stagnatie van de economie [1].

Argumenten tegen: De partij wil een 'pauzeknop' voor de uitbreiding van windenergie op zee [3] en pleit voor een stop op nieuwe windturbineparken op zee totdat er een onafhankelijk onderzoek is gedaan naar de impact op de bodem, vogels en het zeeleven [2]. Bovendien wil de partij de SDE++ subsidie vanaf 2026 beëindigen, omdat deze volgens de partij leidt tot dure megaprojecten op zee [4]. De partij geeft de voorkeur aan een technologieneutrale aanpak zonder de afhankelijkheid van een 'subsidie-industrie' [4].

Bronnen:

  1. "Versnelling uitbreiding elektriciteitsnet. Ons elektriciteitsnet kan de energietransitie niet aan. Steeds minder nieuwe woningen en bedrijven kunnen worden aangesloten waardoor ons land stagneert en de energiekosten stijgen. Het net moet zo snel als mogelijk verder uitgebreid worden."
  2. "Stop nieuwe windturbineparken op zee. Geen nieuwe windturbineparken op zee voordat er een volledig onafhankelijk onderzoek is naar de impact op zeeleven, bodem en vogels. Bestaande windturbineparken worden zoveel mogelijk toegankelijk voor de visserij."
  3. "Pauzeknop voor windenergie. Er komt een pas op de plaats bij uitbreiding van wind op land en op zee. Alleen op 1 november 2025 volledig vergunde projecten worden gerealiseerd. Voor windturbines op land geldt een afstandsnorm van minimaal 4x de tiphoogte, een gezondheidstoets, een eerlijk participatieproces en naleving van het voorzorgsbeginsel."
  4. "Stoppen met de SDE++-subsidies vanaf 2026. De subsidieregeling SDE++ kost miljarden per jaar en leidt tot dure megaprojecten op zee, op land en in landbouwgebied. BBB wil een technologieneutrale aanpak, waarbij bedrijven en huishoudens verduurzamen op hun eigen manier - zonder afhankelijkheid van de 'subsidie-industrie'. Vanaf 2026 beëindigen we de SDE++ regeling. Subsidies op verlieslatende technieken worden afgebouwd. In plaats daarvan stimuleren we innovatie, energiebesparing en slimme infrastructuur. We geven ruimte aan lokale initiatieven en kleinschalige projecten die betaalbaar zijn en draagvlak hebben. Klimaatbeleid moet nuchter, eerlijk en uitvoerbaar zijn."
  5. "Wat BBB betreft zijn de drie B's stelregel voor energiebeleid: Betaalbaar, Beschikbaar en Betrouwbaar. Die stelregels zijn leidraad voor alles wat we doen op het gebied van klimaat en energie. De energietransitie moet zorgvuldig, democratisch gelegitimeerd en uitvoerbaar zijn. Niet gebaseerd op angst, ideologie of internationale scoringsdrift, maar op wat werkt voor Nederland. De overheid moet prioriteit geven aan realisme en effectiviteit, met oog voor de uitvoerbaarheid en gevolgen voor gewone mensen."