Stimuleren van meer werkuren

De regering moet met sociale partners bespreken hoe mensen meer uren kunnen gaan werken. Het huidige systeem van toeslagen en uitkeringen zorgt er namelijk voor dat meer werken vaak niet genoeg loont. Het financiële verschil tussen niet werken en fulltime werken is nu te klein.

Motie van het lid Keijzer over met sociale partners bespreken hoe we meer werken ook meer laten lonen

De kamer, overwegende dat het huidige stelsel van toeslagen en uitkeringen in de praktijk onvoldoende prikkels bevat om meer uren te werken en in sommige gevallen zelfs ontmoedigt om (fulltime)werk te aanvaarden; overwegende dat Nederland internationaal bekendstaat als een parttimeeconomie, waarin het financiële verschil tussen niet werken, parttimewerken en fulltimewerken soms te klein is; verzoekt de regering om bij de toekomstige gesprekken met sociale partners in ieder geval te bespreken hoe mensen meer aan te moedigen om meer uren te werken en hoe werken aantoonbaar meer gaat lonen.
4 juni | Keijzer | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat werk moet lonen en dat de overstap van een uitkering naar werk geen "sprong in het diepe" mag zijn [3]. Ook wil de partij de onzekerheid en angst voor terugvorderingen die gepaard gaat met het huidige toeslagensysteem wegnemen door toeslagen stap voor stap overbodig te maken [5]. Bovendien wil de partij met sociale partners samenwerken om de arbeidsmarkt en de lonen te verbeteren [4][1].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een 32-urige werkweek om ruimte te bieden voor ontspanning en zorgtaken [2], wat in contrast kan staan met de focus van de motie op het stimuleren van het werken van meer uren.

Bronnen:

  1. "Een land van hoge lonen. We moeten als Nederland keuzes maken over wat voor economie we willen hebben. In een land waar de personeelstekorten groot zijn en veel werkenden niet krijgen wat ze verdienen, moet het roer om. Wij kiezen daarom voor goed betaalde banen in de sectoren van de toekomst. We nemen afscheid van bedrijven die hier alleen kunnen bestaan door belastingvoordelen en uitbuiting van werknemers. We sluiten een Groot Loonakkoord met vakbonden en werkgevers. Daarin maken we afspraken over hogere lonen in ruil voor investeringen in infrastructuur, onderzoek en technologie. Zo bouwen we samen aan een toekomst waarin kwaliteit voorop staat, en waar onderbetaling geen verdienmodel meer is."
  2. "Een loon waarmee je vooruit komt. Wie werkt verdient een inkomen waarmee je vooruitkomt. Een verhoging van het minimumloon is daarom cruciaal. We verhogen het minimumloon naar 18 euro per uur. En het moet minimaal 60% van het mediaanloon worden, dat leggen we vast in de wet. Daarnaast willen we een gezonde samenleving waarin werk- en zorgtaken eerlijk worden verdeeld tussen mannen en vrouwen. Momenteel ervaren te veel mensen stress door werk. Daarom streven we naar een 32-urige werkweek, met behoud van inkomen, zodat er ruimte is voor ontspanning en andere waardevolle zaken als (mantel)zorg of vrijwilligerswerk."
  3. "Kansen centraal. We bouwen aan een sociaal vangnet dat niet alleen beschermt, maar ook kansen biedt, zodat mensen vooruit durven kijken en opnieuw mee kunnen doen, zonder de angst alles kwijt te raken. We bieden passende begeleiding naar betaald werk. Mensen voor wie regulier werk (nog) niet haalbaar is, worden begeleid naar vrijwilligerswerk, een sociale werkvoorziening, beschut werk en basisbanen. Werk moet daarnaast lonen en de stap uit de uitkering mag geen sprong in het diepe zijn. Daarom zorgen we voor een terugvaloptie en maken we het mogelijk om vanuit een uitkering bij te verdienen."
  4. "De economie en arbeidsmarkt van morgen. We bouwen aan een sterke, schone en sociale economie. Op de arbeidsmarkt gaan we krapte te lijf en slaan we de handen ineen met de sociale partners, het onderwijs en de regio's om te komen tot een 'werkontwikkel-aanpak'. Daarin maken we afspraken om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform. Met een Toekomstfonds van 25 miljard euro geven we de economie een impuls, door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen. We werken samen met mkb en het grootbedrijf, die met ons de stap naar een duurzame economie willen zetten."
  5. "Armoede en toeslagen. Wie rond moet komen van toeslagen, leeft vaak in onzekerheid. Eén foutje, één verandering in je inkomen - en je zit in de problemen. We willen dat mensen weer zelf kunnen bouwen op hun loon of uitkering, zonder ingewikkelde formulieren of angst voor terugvorderingen. Daarom maken we toeslagen stap voor stap overbodig: met gratis kinderopvang, hogere kinderbijslag, lagere zorgpremies, een basistoelage en hogere inkomens. Niet afhankelijkheid, maar eenvoud en zekerheid staan voorop. We onderzoeken of het belastingstelsel op termijn vervangen kan worden door een garantieinkomen, basisinkomen of een negatieve inkomenstenbelasting."