Meer goede stageplekken in de zorg

De regering moet onderzoeken hoe er meer goede stageplekken met goede begeleiding in de zorg komen. Er is nu een tekort aan stages en de begeleiding is vaak niet goed genoeg. Ook moet de regering kijken of het stagefonds (geld voor stages) na 2027 kan blijven bestaan. Bezuinigingen op dit fonds maken het tekort aan stageplekken namelijk alleen maar groter.

Motie van het lid Dobbe over in kaart brengen wat nodig is om meer goede stageplaatsen met voldoende ingeroosterde begeleiding te regelen

De kamer, constaterende dat er voor sommige zorgopleidingen een numerus fixus wordt ingesteld vanwege het tekort aan stageplaatsen; overwegende dat de kwaliteit van stages in de zorg vaak ook is afgenomen, doordat stagairs vaker worden ingezet als gewone werknemer; overwegende dat stagebegeleiding vaak tekortschiet, doordat begeleidingstijd niet expliciet wordt ingeroosterd en dus boven op het reguliere werk komt; overwegende dat ondertussen het stagefonds wordt wegbezuinigd, waardoor het tekort aan stageplekken alleen maar groter dreigt te worden; verzoekt de regering om samen met zorgverleners, studenten van zorgopleidingen, zorgaanbieders en onderwijsinstellingen in kaart te brengen wat er nodig is om meer goede stageplaatsen met voldoende ingeroosterde begeleiding te regelen en hierbij ook in kaart te brengen welke financiering hiervoor nodig is; verzoekt de regering voorts hierbij in ieder geval ook te kijken naar de optie om het stagefonds ook na 2027 voort te zetten.
8 juni | SP | Verworpen: 54–96 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil het personeelstekort in de zorg aanpakken om de kwaliteit van de zorg te waarborgen [2][4]. Ze streven naar een aantrekkelijke sector met goede werkomstandigheden [4] en willen dat studenten eerlijke stagevergoedingen krijgen en duidelijke rechten hebben [1]. Daarnaast is de partij van mening dat mensen in opleiding niet te vroeg zelfstandig ingezet mogen worden [5]. De vraag in de motie om de financiering van stages in kaart te brengen, sluit aan bij de wens voor stabiele en toereikende bekostiging [3].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die als argument tegen de motie kunnen dienen.

Bronnen:

  1. "Een eerlijke stagevergoeding. Stagiairs verdienen ongeacht hun opleidingsniveau een eerlijke stagevergoeding van 750 euro per maand bij fulltime dienstverband. We verduidelijken hun rechten zodat ze niet tussen onderwijs- en arbeidswetgeving in vallen."
  2. "Wachtlijsten worden langer, personeelstekorten zijn nijpend en door vergrijzing neemt die druk alleen maar toe. Bovendien liggen commerciële kapers op de kust die misbruik maken van ons zorgsysteem. Voor hen staat niet het leveren van goede zorg op de eerste plaats, maar het maken van zoveel mogelijk winst. Om onze zorg van topkwaliteit te houden, moeten we nu ingrijpen. We moeten de jeugdzorg hervormen om onze kinderen recht te doen. Om ieders gezondheid te verbeteren, zetten we in op preventie, vroegsignalering en samenwerking. En we zorgen voor voldoende personeel om de werkdruk behapbaar te maken. We werken toe naar een stelsel waarin we zorg breder bezien en meer leunen op samenwerking en solidariteit. Dat is een sterke publieke zorg, waarin iedereen toegang heeft tot goede zorg, betaalbaar en dichtbij."
  3. "Grip op internationalisering. We steunen de voorstellen vanuit de hogescholen en universiteiten om beter te sturen op de internationalisering van het onderwijsaanbod. Stabiele en toereikende bekostiging vanuit de overheid is hierbij van groot belang zodat er minder prikkels komen om onderling te concurreren."
  4. "Goed werk in de zorg. Goede zorg valt of staat met voldoende zorgmedewerkers. Het personeelstekort in de zorg is groot en staat gelijkwaardige toegang in de weg. We willen werken in de zorg aantrekkelijker maken. Dat begint met fatsoenlijke lonen, goede en (sociaal) veilige werkomstandigheden en met meer zeggenschap. Als we de zorg op een andere manier organiseren, hoeven medewerkers minder tijd te besteden aan administratie."
  5. "Beginnende docenten. Eén op de vijf startende docenten verlaat na vijf jaar het onderwijs. Dat aantal brengen we naar beneden door verbeterde arbeidsomstandigheden en betere begeleiding na afstuderen. We voorkomen dat leraren in opleiding al zelfstandig worden ingezet."