Onderzoek naar Jodenhaat en lhbtiq+-intolerantie

De regering moet onderzoek doen naar de houding van Nederlanders tegenover Joden en lhbtiq+-personen. Dit onderzoek moet kijken naar religieuze en culturele achtergronden. Alleen als de oorzaak van Jodenhaat en intolerantie bekend is, kan de overheid deze problemen effectief aanpakken.

Motie van het lid Clemminck over onderzoek naar opvattingen, houdingen en gedragingen van Nederlanders ten aanzien van Joden en lhbtiq+-personen, uitgesplitst naar religieuze en culturele achtergrond

De kamer, constaterende dat uit verschillende onderzoeken, zoals de global antisemitism survey van de Anti-Defamation League en het Pew Global Attitudes Project van het Pew Research Center, blijkt dat antisemitisme in islamitische landen veel vaker voorkomt dan in onze eigen regio; constaterende dat daderstudies en politiestatistieken uit binnen- en buitenland aantonen dat jongeren met een islamitische achtergrond oververtegenwoordigd zijn bij fysiek straatgeweld tegen lhbtiq+-personen; overwegende dat het voor het bestrijden van Jodenhaat en intolerantie ten opzichte van lhbtiq+-personen van belang is om te weten wat precies de oorzaak is van deze problemen, zodat ze beter kunnen worden geadresseerd; verzoekt de regering onderzoek te laten doen naar de opvattingen, houdingen en gedragingen van Nederlanders ten aanzien van Joden en lhbtiq+-personen, uitgesplitst naar religieuze en culturele achtergronden, zodat een vergelijking mogelijk is.
10 juni | JA21 | Verworpen: 20–130 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil actief antisemitisme bestrijden [1] en haat tegen de LHBTIQA+-gemeenschap aanpakken [11414, 11418]. Daarnaast zet de partij in op het voorkomen van radicalisering en extremisme, met name onder jongeren [4]. Onderzoek naar de oorzaken van deze problemen zou kunnen aansluiten bij de wens om een veilige en gelijkwaardige samenleving te creëren [3].

Argumenten tegen: De partij erkent islamofobie als een vorm van institutionele en structurele discriminatie [2] en wijst stigmatiserende taal actief af [2]. Bovendien zet de partij zich in om institutioneel racisme te bestrijden, waarbij discriminatie op basis van religie of een migratieachtergrond onacceptabel is [5].

Bronnen:

  1. "Antisemitisme tegengaan. Antisemitisme neemt de afgelopen jaren schrikbarend toe. We bestrijden antisemitisme door online haat tegen te gaan en kennis over de Joodse geschiedenis en cultuur te vergroten. Antisemitische incidenten pakken we hard aan met passende straffen, en we zorgen dat slachtoffers laagdrempelig aangifte kunnen doen bij getrainde discriminatierechercheurs. We zorgen voor voldoende beveiliging bij Joodse instellingen."
  2. "Moslimhaat tegengaan. We erkennen islamofobie als een vorm van institutionele en structurele discriminatie van mensen die moslim zijn of mensen die als moslim worden gezien. We bestrijden moslimhaat in al haar vormen, zowel online als in het klaslokaal, bij financiële instellingen en op de arbeidsmarkt. De normalisering van moslimhaat ondermijnt niet alleen de veiligheid en rechten van moslims, maar voedt een intolerant klimaat dat ook andere minderheden, activisten en maatschappelijke organisaties raakt. Daarom bestrijden we islamofobie expliciet, krachtig en structureel, en wijzen we stigmatiserende taal, zoals het spreken over 'islamisering' actief af."
  3. "We staan voor een land waarin je de vrijheid hebt om jezelf te zijn en gelijk behandeld wordt, ongeacht wie je bent, wat je gelooft of van wie je houdt. De vrijheid om in Nederland jezelf te zijn, maakt ons tot wie we zijn. In een rechtvaardig land is geen plek voor welke vorm van discriminatie en seksisme dan ook. Het aantal antisemitische incidenten neemt toe en moslims ervaren discriminatie op alle vlakken van hun leven. Vrouwenhaat floreert op sociale media en het merendeel van de vrouwen ervaart intimidatie op straat. We zetten daarom alles op alles om discriminatie te voorkomen. Samen kunnen we ongelijke rolpatronen, diepgewortelde vooroordelen en systemen van onderdrukking doorbreken en strijden voor een vrije, gelijkwaardige samenleving."
  4. "Extremisme, fascisme en radicalisering. We investeren in het voorkomen van radicalisering en extremisme, in het bijzonder onder jongeren. Nederland voert een actieve strategie om de opkomst van radicaal-rechts en fascistische stromingen tegen te gaan. We investeren in antifascistische samenwerking met democratische maatschappelijke bewegingen en partners die opkomen voor mensenrechten en rechtsstaat. Daarbij pakken we antisemitisme, moslimhaat, racisme en lhbti+ en vrouwenhaat aan, zie hoofdstuk 'Democratie, rechtsstaat en gelijke rechten'. We versterken signalering in het onderwijs, op sociale media en in de wijk. Jongeren die dreigen af te glijden, worden tijdig bereikt met hulp, perspectief en stevig tegenwicht. Veiligheid, weerbaarheid en preventie gaan hand in hand."
  5. "Institutioneel racisme bestrijden. Het is onacceptabel dat er structureel en systematisch mensen gediscrimineerd worden op basis van huiskleur, gender, seksualiteit, nationaliteit, het wel of niet hebben van een migratieachtergrond of godsdienst door wetten, beleid, ongeschreven regels en handelswijzen. Helaas zien we dit keer op keer gebeuren in het onderwijs, in de openbare ruimte en bij de overheid, als ook wanneer mensen zoeken naar een baan of woning. We gaan inzetten op bewustwording en een cultuuromslag. De overheid gaat het goede voorbeeld geven door te stoppen met risicoprofielen en discriminerende algoritmes. Daarnaast versterken we de rechtsbescherming tegen institutioneel racisme en ontwikkelen we samen met belangen- en minderheidsorganisaties een integraal nationaal kader om institutioneel racisme in de samenleving tegen te gaan."