De regering moet met Kennisnet, SURF en SIVON een plan maken voor een veilige, publieke Nederlandse AI-voorziening. De huidige AI-systemen, zoals ChatGPT, zijn commercieel en niet gemaakt voor het onderwijs. Een eigen voorziening beschermt de privacy van kinderen en zorgt dat scholen minder afhankelijk worden van grote technologiebedrijven.
Motie van de leden Rooderkerk en Moorman over een voorstel uitwerken voor een veilige publieke Nederlandse AI-voorziening
De kamer,
constaterende dat onderwijsinstellingen moeite hebben om grip te
houden op de snelle ontwikkelingen van generatieve AI;
constaterende dat kinderen in het funderend onderwijs zich nog moeten
ontwikkelen op het gebied van digitale vaardigheden, waardoor zij extra
bescherming behoeven;
constaterende dat bestaande AI-systemen, zoals ChatGPT, veelal
commercieel zijn en niet specifiek zijn ingericht op de pedagogische en
didactische behoeften van het onderwijs;
overwegende dat een publieke AI-voorziening kan bijdragen aan het
reguleren van AI-gebruik op basis van wet- en regelgeving en het borgen
van publieke waarden zoals privacy, veiligheid en gelijke kansen;
overwegende dat slechts 5% van de scholen in het funderend onderwijs
nu AI-beleid heeft en dat het hebben van zo’n voorziening ook hieraan kan
bijdragen;
overwegende dat een dergelijke voorziening scholen in staat stelt om AI
op een gecontroleerde en pedagogisch verantwoorde manier in te zetten
en hen minder afhankelijk maakt van big tech;
verzoekt de regering samen met Kennisnet, SURF en SIVON een voorstel
uit te werken voor een veilige publieke Nederlandse AI-voorziening, en de
Kamer dit voor de begrotingsbehandeling te sturen, inclusief financiering,
implementatiestrategie en professionalisering van leraren.
Argumenten voor: De partij ziet kunstmatige intelligentie als een kans en wil hier vol in investeren om te voorkomen dat Nederland te afhankelijk wordt van de VS en China [7165, 7672]. Specifiek voor het onderwijs benadrukt de partij dat de digitale veiligheid op scholen geborgd moet worden, dat privacy in het gebruik van digitale lesmaterialen essentieel is en dat onderwijsprofessionals beter getraind moeten worden in digitale vaardigheden [3]. Daarnaast wil de partij digitale inkoop standaardiseren en centraliseren om goedkoper en betere software te kunnen inkopen [1], en zij stimuleren dat schoolbesturen samenwerken aan een stabiele ict-infrastructuur [3].
Argumenten tegen: De partij geeft aan erop te vertrouwen dat onderwijsinstellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken zonder een overheid die te veel stuurt [2].
Bronnen:
"De digitale overheid: De VVD wil een overheid die Estland naar de kroon steekt als het gaat om digitalisering. We zien kunstmatige intelligentie als kans en niet alleen als risico. Daarom zetten we vol in op de efficiëntie- en kwaliteitsslag die kunstmatige intelligentie ons kan bieden en scholen we ambtenaren op grote schaal om. We standaardiseren en centraliseren digitale inkoop, zodat de overheid goedkoper en beter software kan inkopen."
"Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."
"Kennisveiligheid op scholen: Scholen zijn steeds kwetsbaarder als het gaat om hun digitale veiligheid. We borgen veilig internet op scholen en privacy in het gebruik van digitale lesmaterialen. Ook trainen we onderwijsprofessionals beter in digitale vaardigheden. We stimuleren dat schoolbesturen samenwerken aan een stabiele ict-infrastructuur."