De regering moet positieve mannelijke rolmodellen voor jongeren versterken. Op sociale media krijgen jongeren steeds vaker te maken met de 'manosphere': groepen met schadelijke ideeën over mannen en relaties. Goede rolmodellen, zoals buurtvaders en mentoren, helpen jongeren juist om zich gezond te ontwikkelen. De regering moet ook onderzoeken waarom weinig mannen in de jeugdzorg werken.
Motie van het lid Ceder over positieve mannelijke rolmodellen voor jongeren
De kamer,
constaterende dat jongeren via sociale media steeds vaker worden
blootgesteld aan boodschappen vanuit de zogenoemde manosphere,
waarin soms schadelijke opvattingen over mannelijkheid, relaties en
maatschappelijke verhoudingen worden verspreid;
overwegende dat positieve mannelijke rolmodellen in hulpverlening
kunnen bijdragen aan een gezonde identiteitsontwikkeling, weerbaarheid
en het voorkomen van problematisch gedrag;
verzoekt de regering:
– expliciet aandacht te besteden aan het versterken van positieve
mannelijke rolmodellen voor jongeren;
– samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties te bezien hoe
bestaande initiatieven met buurtvaders, mentoren, coaches en andere
positieve vaderrolmodellen kunnen worden ondersteund en opgeschaald;
– te onderzoeken welke belemmeringen mannen ervaren om werkzaam
te worden in pedagogische beroepen en de jeugdhulpverlening;
en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling 2027 te informeren.
Argumenten voor: De partij wil investeren in de pedagogische basis van de samenleving, waarbij de buurt, school en het gezin centraal staan [2][4][6]. Het versterken van positieve rolmodellen en het ondersteunen van mentoren en coaches past binnen hun doel om nabije zorg te investeren en de pedagogische relaties rondom jongeren te versterken [3]. Daarnaast erkent de partij de potentiële ontwrichtende invloed van de digitale wereld op kinderen [1], wat de noodzaak voor positieve invloeden in de fysieke wereld ondersteunt.
Argumenten tegen: Het programma biedt geen directe argumenten tegen de motie. Hoewel de partij waarschuwt voor een te grote afhankelijkheid van professionele hulp bij problemen [5], richt de motie zich primair op het versterken van rolmodellen en maatschappelijke ondersteuning in de buurt, wat juist aansluit bij hun wens om zorg dichter bij het kind en in de eigen omgeving te brengen [6].
Bronnen:
"Voor het eerst groeit een generatie grotendeels digitaal op. Naast de positieve kanten van de digitale wereld is dit een experiment met potentieel ontwrichtende gevolgen, voor kinderen én de samenleving als geheel. Kinderen hebben het recht veilig op te groeien, ook online. De overheid doet er veel aan om kinderen in de fysieke wereld tegen gevaar en ongezonde invloeden te beschermen. Dit terwijl kinderen in de digitale wereld aan grote techbedrijven worden overgeleverd. Het terugdringen van de negatieve invloed van smartphones en social media is een zaak van de hele samenleving. De verantwoordelijkheid hoe om te gaan met smartphones en sociale media ligt in eerste instantie bij ouders, maar met duidelijke wettelijke omkadering. Dat betekent dat sociale media niet toegankelijk mogen zijn voor kinderen jonger dan 14 jaar. Adequate leeftijdsverificatie is noodzakelijk voor sociale media, platformen met expliciete content (porno, geweld), goksites, kopen van alcohol, BNPL-diensten. Ook moet het mogelijk zijn voor 18-jarigen om op een toegankelijke manier hun gegevens permanent te kunnen wissen. Sociale mediabedrijven worden verplicht hun producten minder verslavend te maken. Smartphones worden geweerd uit scholen en ouder-initiatieven zoals 'Smartphonevrij opgroeien' gestimuleerd."
"Jongeren gezond laten opgroeien gaat in eerste instantie over een stabiele en gezonde basis in het eigen gezin, op school, in de buurt. Zo'n stevige basis kan hulpvragen en problemen voorkomen. Daarom investeren we in gezinnen en relaties met bijvoorbeeld makkelijk toegankelijke opvoedondersteuning en relatietherapie. We versterken de buurt met voldoende ontmoetingsplekken in de wijk, zoals speeltuinen en ontmoetingsplekken. Ook maken we ruimte voor (sport)verenigingen en cultuurparticipatie en investeren in welzijns- en jongerenwerk."
"We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma's, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Denk aan gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's als social media en prestatiedruk en ondersteuning bij kinderen met onbegrepen gedrag. Kerken, scholen, lokale teams, opbouwwerkers en jongerenwerkers spelen daarin een belangrijke rol."
"De ChristenUnie wil bouwen aan liefdevolle omgevingen waarin meer kinderen gezond en veilig opgroeien, zodat zorg van buitenaf minder vaak nodig is. Vragen en twijfels horen bij opgroeien en opvoeden. Jeugdhulp heeft niet voor alle vragen van het leven een oplossing. Bovendien spelen er vaak ook andere vragen in en rond een gezin, bijvoorbeeld bij relatieproblemen, schulden of gebrek aan een netwerk. Daarom versterken we de pedagogische basis van ouders, school en buurt en lossen we de daadwerkelijke problemen (armoede, schulden, relatieproblemen) op, in plaats van kinderen de boodschap te geven dat het aan hen ligt."
"De druk in onze samenleving is hoog, ook voor kinderen en jongeren. Onder invloed van de prestatiecultuur en sociale media lijkt alles goed en snel te moeten. In veel situaties is de boodschap dat afwijken van de norm niet oké is. Zo leggen we elkaar en vooral kinderen en jongeren veel druk op. En als het even niet gaat, kijken we al gauw naar professionele hulp. Daarmee geven we kinderen ten onrechte de boodschap dat zij het probleem zijn en worden steeds meer kinderen afhankelijk van professionele zorg. De vraag naar jeugdhulp neemt al jaren toe. Dat is geen goed teken en is niet vol te houden. Als 1 op de 7 kinderen jeugdhulp nodig heeft om op te groeien, is er wat aan de hand in de samenleving."
"Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."