De regering moet bij de nieuwe natuurregels ook verbeteren hoe wordt bepaald hoe het met vogelsoorten gaat. De huidige methode is gebaseerd op de Habitatrichtlijn (regels voor bedreigde soorten). Dat werkt niet goed voor gewone vogels. Er moet worden onderzocht of een nieuwe methode beter kijkt naar de grootte van vogelpopulaties. Dit is nodig voor een goed natuurbeleid.
Motie van het lid Boomsma over de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten betrekken bij het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten
De kamer,
constaterende dat de regering werkt aan een herziening van de methode
voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen
voorkomende wilde diersoorten;
constaterende dat de in Nederland gehanteerde methodiek voor vogels
niet is voorgeschreven in de Vogelrichtlijn, maar nationaal is ontwikkeld
op basis van een methode uit de Habitatrichtlijn bedoeld voor bedreigde
flora en fauna;
overwegende dat er vragen bestaan over deze methodiek ten aanzien van
de referentiewaarden, verspreiding en populatieontwikkeling;
overwegende dat een goede beoordeling van de staat van instandhouding
van wilde diersoorten van groot belang is voor effectief natuurbeleid;
verzoekt de regering om bij het traject tot wijziging van de methode voor
het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende
diersoorten ook de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten te
betrekken en te onderzoeken of een aangepaste systematiek kan worden
vastgesteld die meer rekening houdt met de omvang van populaties.
Argumenten voor: De partij stelt natuurherstel en het aanpakken van de teruglopende biodiversiteit als een prioriteit [1]. Een verbeterde methodiek voor het beoordelen van de staat van instandhouding van diersoorten sluit aan bij de ambitie om de natuur op orde te brengen [1] en de Europese Biodiversiteitsstrategie 2030 volledig uit te voeren [1]. Daarnaast toont de focus op onderwerpen zoals weidevogelbeheer aan dat de partij belang hecht aan het beheer van specifieke diersoorten [2].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om een betere beoordelingssystematiek voor de staat van instandhouding van diersoorten tegen te werken.
Bronnen:
"Prioriteit aan natuurherstel. Naast teveel stikstof, leidt de natuur onder verdroging, teruglopende biodiversiteit, verslechterende waterkwaliteit, versnippering en overexploitatie. We starten een ambitieus programma om onze natuur op orde te brengen, zowel binnen als buiten beschermde natuurgebieden. Natuurbescherming is een randvoorwaarde voor herstel. We voeren daarom de Europese Biodiversiteitsstrategie 2030 volledig uit. Dit houdt in dat minimaal 30% van het landoppervlak en 30% van het Nederlandse deel van de Noordzee wettelijk wordt beschermd, waarvan een belangrijk deel strikt beschermd wordt."
"Ondernemen met natuur. De boer is behalve voedselproducent ook beheerder van ons landschap. Boeren krijgen een eerlijke vergoeding voor het landschapsbeheer, bijvoorbeeld als ze werken met teeltvrije zones, kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers, water- en CO₂-opslag, weidevogelbeheer of landschapselementen. Dat maakt het voor hen aantrekkelijker om meer nadruk te leggen op natuurbeheer in de bedrijfsvoering. Overheden gaan daarom langjarige contracten aan met boeren en in Europa strijden we voor hoge milieunormen en voor Europese landbouwsubsidies die goede omgang met de natuur belonen."