De regering moet beheerplannen voor Natura 2000-gebieden (beschermde natuurgebieden) centraal stellen in het stikstofbeleid. Alleen stikstofuitstoot verminderen zorgt namelijk niet direct voor natuurherstel en lost de vergunningsproblemen niet op. De regering moet daarom met provincies afspraken maken over meer budget en beter toezicht op het natuurbeheer.
Motie van het lid Flach c.s. over afspraken met provincies over meer inzet op adequaat natuurbeheer in bestaande gebieden
De kamer,
overwegende dat in het rapport Van verwarring naar verbinding wordt
aangegeven dat aanpak van de ecologische problematiek in Natura
2000-gebieden primair gebaat is bij adequate beheerplannen, inclusief
bijpassende stikstofparagraaf en monitoring, en uitvoering van noodzakelijke maatregelen voor instandhouding en herstel;
van mening dat bij een eenzijdige focus op reductie van de stikstofuitstoot
en het halen van kritische depositiewaarden de kans reëel is dat op korte
termijn geen sprake is van natuurherstel en dat de vergunningenproblematiek niet opgelost wordt;
verzoekt de regering de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden een
meer centrale rol in het stikstof- en natuurbeleid te geven, met een
bijpassende stikstofparagraaf;
verzoekt de regering afspraken te maken met provincies over meer inzet
op adequaat natuurbeheer in bestaande gebieden, inclusief voldoende
budget daarvoor, en over versterking van het toezicht op de uitvoering
van monitoring, beheer en herstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden.
Argumenten voor: De partij wil af van een eenzijdige focus op stikstofreductie en pleit voor een integrale aanpak waarin natuurherstel en -ontwikkeling centraal staan [1]. Er wordt gesteld dat natuurbeleid niet alleen gericht moet zijn op behoud, maar ook op natuurontwikkeling en het tegengaan van vermesting en verdroging [2]. Daarnaast is het legaliseren van ondernemers onlosmakelijk verbonden met maatregelen gericht op natuurherstel [3]. De partij wil bovendien fors investeren in agrarisch natuurbeheer, landschapsbeheer en natuurherstel [5][7][6].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen; de partij stelt wel dat stikstofreductie noodzakelijk blijft en dat maatregelen moeten leiden tot aantoonbare resultaten [4][5][8], maar dit is niet in strijd met het meer centraal stellen van beheerplannen.
Bronnen:
"Soms lijkt het alsof stikstof het enige probleem is voor de natuur. Dat is niet zo. Beleid om Nederland van het slot te krijgen, moet zich daarom niet eenzijdig richten op stikstofreductie maar integraal op natuurherstel en -ontwikkeling in samenhang met klimaat-, water- en milieubeleid. Zoals een nieuwe rentmeester zorgt voor hetgeen hem is toevertrouwd. Zie hierover verder paragraaf 6.2 'Gezonde natuur'."
"De ChristenUnie ziet het als onze opdracht om goed te zorgen voor Gods schepping. De huidige staat van de natuur in Nederland baart ons grote zorgen: soorten verdwijnen in rap tempo, natuurgronden verzuren door stikstofuitstoot, flora sterft af door aanhoudende droogte en vervuiling tast kwetsbare gebieden aan. Natuur is altijd in beweging, maar wordt door klimaatverandering extra kwetsbaar. Droogte, overstromingen en temperatuurveranderingen hebben steeds meer invloed op flora en fauna. Sommige dieren trekken naar andere gebieden toe. In het natuurbeleid moet hier rekening mee gehouden worden, door niet alleen te focussen op behoud en herstel, maar ook op natuurontwikkeling. Daarbij is een gezonde bodem en een veerkrachtig watersysteem van levensbelang: voor huidige en toekomstige generaties, dieren en planten. Daarom komt er een integrale aanpak voor natuurherstel, gericht op het tegengaan van versnippering, vermesting en verdroging."
"boerenbedrijven die PAS-melder zijn niet over de juiste vergunningen. We zetten alles op alles om deze groep ondernemers te legaliseren met een natuurvergunning. Zo moeten de provincies gebiedsgericht met voorrang vrijgekomen stikstofruimte ter beschikking stellen aan deze ondernemers. Daarvoor moet wel voldaan worden aan het additionaliteitsvereiste. Legalisering kan daarom niet losstaan van op natuurherstel gerichte maatregelen in combinatie met een geborgd emissiereductieplan. PAS-melders met een lage impact op de natuur worden via een versnelde, eenvoudige procedure gelegaliseerd. Op Europees niveau wordt ingezet op het hanteren van realistische referentiedata voor de staat van de natuur."
"De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
"Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
"We willen biodiversiteit behouden en versterken, en onze ecosystemen veerkrachtiger maken. Boeren en natuurorganisaties worden beloond voor het onderhoud van landschapselementen en het beheer van soorten en leefgebieden. Nationale Parken en overige natuur met unieke internationale waarde worden juridisch beter beschermd. Ook buiten natuurgebieden versterken we de kwaliteit en biodiversiteit van de omgeving. Gaswinning onder de Waddenzee wordt stopgezet. Invasieve exoten, zoals de Amerikaanse rivierkreeft en Japanse duizendknoop, worden gericht aangepakt omdat ze een bedreiging vormen voor onze biodiversiteit. Om soorten in stand te houden, maken we natuurgebieden robuuster en stiller. Het Natuurnetwerk Nederland wordt voltooid met speciale aandacht voor bosaanplant, kruidenrijk grasland, houtwallen en moerassen. Boeren krijgen hierbij een duidelijke rol, ondersteund met passende vergoedingen voor het beheer. We maken meer werk van het beschermen van trek- en weidevogels, in het bijzonder onze nationale vogel: de grutto. De aanleg en beheer van infrastructuur wordt zoveel mogelijk natuurinclusief. Dit wordt een criterium in aanbestedingen."
"Landbouw en natuur lijken in de discussie over bijvoorbeeld stikstof tegenpolen te zijn. Dit terwijl landbouw en natuur bij uitstek met elkaar verbonden kunnen worden. Agrarisch natuuren landschapsbeheer, uitgevoerd door (een collectief van) boeren, is daar bij uitstek dé route daarvoor. Hier zetten we vol op in en trekken we extra middelen voor uit zodat natuur- en landschapsbeheer door boeren wordt uitgebreid en boeren een passende langjarige vergoeding ontvangen voor hun werk. Zo is er erkenning voor de boer als beheerder van het landschap."
"De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"