Geen uitzonderingen op visserijregels

De regering moet in de EU bevestigen dat het gemeenschappelijk visserijbeleid ook voor nieuwe EU-landen geldt. Uitzonderingen op deze regels zorgen namelijk voor oneerlijke concurrentie. Ook gaan de afspraken over duurzaamheid en toegang tot visgronden verloren.

Motie van de leden Hoogeveen en Boomsma over bevestigen dat het gemeenschappelijk visserijbeleid voor Nederland onderdeel blijft van toetredingsonderhandelingen

De kamer, constaterende dat de Europese Commissie heeft gecommuniceerd open te staan voor uitzonderingen op het gemeenschappelijk visserijbeleid bij eventuele toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten tot de Europese Unie; overwegende dat uitzonderingen op het gemeenschappelijk visserijbeleid afbreuk doen aan een gelijk speelveld voor Europese vissers, aan de gemeenschappelijke regels inzake toegang tot wateren en visgronden en aan bestaande duurzaamheids- en kwaliteitswaarborgen; verzoekt de regering in Europees verband te bevestigen dat voor Nederland het gemeenschappelijk visserijbeleid, inclusief de regels inzake toegang tot wateren en visgronden, integraal onderdeel blijft van het EU-acquis bij toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten.
16 juni | JA21 | Aangenomen: 146–4 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij geeft aan in Europa op voor de belangen van de visserijsector te staan [1]. Daarnaast wordt benadrukt dat nieuwe landen die willen toetreden tot de EU moeten voldoen aan de hoge standaarden die ook voor de huidige lidstaten gelden om toegang te krijgen tot de EU-markt [2]. Bovendien streeft de partij naar het handhaven van internationale afspraken over zaken als overbevissing [1].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen het integraal handhaven van het visserijbeleid bij toetreding van nieuwe lidstaten te stemmen.

Bronnen:

  1. "Vissers staan voor forse uitdagingen. De eeuwenoude visserijtraditie verdient een eerlijke doorstart, met een goed verdienmodel, rechtszekerheid en in goede samenhang met de natuur. Nederland staat in Europa en tegenover het Verenigd Koninkrijk op voor de belangen van deze sector. Daarom geven we niet op als het gaat over pulskorvisserij, waarbij vis veel duurzamer wordt gevangen dan met de boomkor. De aanlandplicht moet flexibeler worden om daadwerkelijk bij te dragen aan een gezonde zee. Vissers worden actief betrokken bij de ontplooiing van activiteiten op zee, zoals windmolenparken. Medegebruik van deze ruimte door vissers wordt mogelijk gemaakt. Bestaande visserijgebieden worden niet gesloten. Via gerichte nieuwbouwen ombouwsubsidies wordt geïnvesteerd in een toekomstbestendige CO2-neutrale vloot. We staan voor goed rentmeesterschap ter zee, daarom verscherpen we en handhaven we internationale afspraken over overbevissing, omgang met bijvangst en 'spookvistuig' (het verliezen van netten en lijnen). Onderzoek naar het werkelijke effect van moderne visserij op vissoorten en zeeen bodemleven wordt versterkt."
  2. "Nieuwe landen die toetreden tot de Europese Unie voldoen aan de eisen die bij onze waardengemeenschap horen. Daarbij heeft de ChristenUnie in het bijzonder oog voor de criteria voor de rechtsstaat, democratie en het borgen van mensenrechten. Ook moet een land op economisch niveau geloofwaardig kunnen aansluiten. Als op basis van die criteria toetreding in de nabije toekomst niet in de rede ligt, is de Europese Unie daar helder over en zoekt ze naar andere betekenisvolle vormen van samenwerking. De toetredingsonderhandelingen met Turkije worden gestaakt. Nederland en de EU blijven werk maken van goede relaties met het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, IJsland en Zwitserland, bijvoorbeeld op het gebied van defensie en energie. Voor toegang tot de EU-markt moeten deze landen blijven voldoen aan de hoge standaarden die ook gelden voor de lidstaten van de EU. De EU kan meer doen om kandidaat-lidstaten te helpen bij de versterking van hun democratie en bestrijding van corruptie. Steun (al dan niet financieel) kan de Westelijke Balkan minder vatbaar maken voor invloeden van bijvoorbeeld China en Rusland."