De regering moet in de EU bevestigen dat het gemeenschappelijk visserijbeleid ook voor nieuwe EU-landen geldt. Uitzonderingen op deze regels zorgen namelijk voor oneerlijke concurrentie. Ook gaan de afspraken over duurzaamheid en toegang tot visgronden verloren.
Motie van de leden Hoogeveen en Boomsma over bevestigen dat het gemeenschappelijk visserijbeleid voor Nederland onderdeel blijft van toetredingsonderhandelingen
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie heeft gecommuniceerd open
te staan voor uitzonderingen op het gemeenschappelijk visserijbeleid bij
eventuele toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten tot de
Europese Unie;
overwegende dat uitzonderingen op het gemeenschappelijk visserijbeleid
afbreuk doen aan een gelijk speelveld voor Europese vissers, aan de
gemeenschappelijke regels inzake toegang tot wateren en visgronden en
aan bestaande duurzaamheids- en kwaliteitswaarborgen;
verzoekt de regering in Europees verband te bevestigen dat voor
Nederland het gemeenschappelijk visserijbeleid, inclusief de regels inzake
toegang tot wateren en visgronden, integraal onderdeel blijft van het
EU-acquis bij toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten.
Argumenten voor: De partij wil dat er in de Europese Unie gelijke regels gelden, zodat bedrijven in Nederland niet worden benadeeld ten opzichte van bedrijven in andere EU-lidstaten [2]. Daarnaast zet D66 zich in voor gelijke regels voor alle Europese producenten om eerlijke handelsafspraken te waarborgen [1] en om te voorkomen dat landen elkaar naar steeds lagere milieustandaarden duwen [2].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"De Nederlandse landbouw is onderdeel van een internationale markt. D66 wil dat Nederland zich in de Europese Unie sterk maakt voor gelijke regels voor alle Europese boeren. Dat betekent: eerlijke handelsafspraken en steun voor boeren die vooroplopen in duurzaamheid."
"Daarbij zetten we tegelijkertijd in op gelijke regels in Europa, zodat bedrijven in Nederland niet worden benadeeld ten opzichte van bedrijven in andere EU-landen. Zo zorgen we dat verduurzaming loont en voorkomen we dat landen elkaar naar steeds lagere milieustandaarden duwen om goedkoper te zijn."