De regering moet in de EU bevestigen dat het gemeenschappelijk visserijbeleid ook voor nieuwe EU-landen geldt. Uitzonderingen op deze regels zorgen namelijk voor oneerlijke concurrentie. Ook gaan de afspraken over duurzaamheid en toegang tot visgronden verloren.
Motie van de leden Hoogeveen en Boomsma over bevestigen dat het gemeenschappelijk visserijbeleid voor Nederland onderdeel blijft van toetredingsonderhandelingen
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie heeft gecommuniceerd open
te staan voor uitzonderingen op het gemeenschappelijk visserijbeleid bij
eventuele toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten tot de
Europese Unie;
overwegende dat uitzonderingen op het gemeenschappelijk visserijbeleid
afbreuk doen aan een gelijk speelveld voor Europese vissers, aan de
gemeenschappelijke regels inzake toegang tot wateren en visgronden en
aan bestaande duurzaamheids- en kwaliteitswaarborgen;
verzoekt de regering in Europees verband te bevestigen dat voor
Nederland het gemeenschappelijk visserijbeleid, inclusief de regels inzake
toegang tot wateren en visgronden, integraal onderdeel blijft van het
EU-acquis bij toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten.