De regering moet een gezamenlijke aanpak maken om onveiligheid op school te voorkomen. Scholen kunnen problemen zoals online pesten of problemen thuis niet alleen oplossen. Daarom is samenwerking tussen scholen, de politie, gemeenten en de jeugdzorg nodig. Dit zorgt voor meer rust en veiligheid in de klas.
Motie van de leden Ceder en Moorman over een aanpak gericht op het voorkomen van geweld, intimidatie en sociale onveiligheid op school
De kamer,
constaterende dat onveiligheid op school vaak samenhangt met
problemen buiten de school, zoals online-intimidatie of radicalisering,
jeugdcriminaliteit en problematische thuissituaties;
overwegende dat scholen deze problematiek niet alleen kunnen oplossen
en een effectieve aanpak samenwerking vraagt tussen onderwijs,
jeugdzorg, gemeenten, politie en andere betrokkenen;
overwegende dat preventie en vroegsignalering in de leefomgeving van
kinderen en jongeren kunnen bijdragen aan meer veiligheid en rust in de
klas;
verzoekt de regering om samen met de betrokken departementen en
lokale partners te komen tot een integrale, preventieve aanpak gericht op
het voorkomen van geweld, intimidatie en sociale onveiligheid op school,
met aandacht voor de rol van sociale media, de thuissituatie en andere
factoren in de leefomgeving van leerlingen.
Argumenten voor: De partij vindt dat jeugdhulp zich meer moet richten op de context van de jeugdige, zoals de gezinssituatie [2]. Daarnaast wordt benadrukt dat de overheid verantwoordelijk is voor het bieden van voldoende goede hulp en toezicht wanneer de thuissituatie van een kind bedreigend is [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten tegen een integrale, preventieve aanpak of tegen de samenwerking tussen verschillende instanties.
Bronnen:
"Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."
"Jeugdhulp gaat zich meer richten op de context van de jeugdige. Vaak houdt jeugdhulp verband met de gezinssituatie, zoals schulden, ggz- of relatieproblemen van ouders."