Meer internationale treinen beschikbaar maken

De regering moet met internationale treinbedrijven en ProRail (de beheerder van het spoor) praten om meer internationale treinen in te zetten. Veel treinen naar steden zoals Parijs en Londen zijn nu vaak uitverkocht. Dit maakt treinreizen minder aantrekkelijk, ook voor mensen die pas op het laatste moment een kaartje willen kopen.

Motie van de leden De Hoop en Grinwis over het aantal internationale treinen verder opschalen

De kamer, constaterende dat de internationale treinen naar onder andere Parijs, Londen en Berlijn regelmatig uitverkocht zijn of alle zitplaatsen gereserveerd zijn; overwegende dat het om het gebruik van internationale treinen aantrekkelijker te maken van belang is dat er voldoende beschikbaarheid is, ook voor reizigers die relatief vlak voor vertrek nog een ticket zoeken; verzoekt de regering om met de aanbieders van internationale treinen en ProRail in gesprek te gaan om te bezien welke mogelijkheden er zijn om het aantal internationale treinen verder op te schalen, actief bestaande belemmeringen weg te nemen, en de Kamer over de uitkomsten hiervan te informeren.
17 juni | CU | Aangenomen: 123–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat treinreizen in Europa makkelijker wordt [1] en wil het aanbod van het openbaar vervoer sterk vergroten [3]. Daarnaast wordt benoemd dat er met snelle treinen tussen grotere steden gereisd kan worden [4] en is er aandacht voor investeringen in nieuwe infrastructuur via het Mobiliteitsfonds [2].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om tegen het opschalen van internationale treinverbindingen of het wegnemen van belemmeringen te stemmen.

Bronnen:

  1. "Treinreizen in Europa moet makkelijker worden door een betere aansluiting op het hogesnelheidsnetwerk en een Europese Spoorautoriteit. Het openbaar vervoer voor afstanden tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan het vliegtuig."
  2. "We draaien de bezuinigingen op het (regionale) openbaar vervoer terug. Ook maken we extra geld vrij voor het Mobiliteitsfonds, zodat er voldoende geld is voor beheer en onderhoud én voor nieuwe infrastructuur."
  3. "We combineren verschillende soorten openbaar, publiek en doelgroepenvervoer slimmer. Zo worden aanrijtijden korter en wordt het goedkoper en makkelijker voor mensen. Rond stations investeren we in ov-knooppunten. We willen bijvoorbeeld dat deelmobiliteit zoals (elektrische) fietsen en elektrische auto's standaard onderdeel wordt van het vervoersaanbod. Ook vergroten we het aanbod sterk."
  4. "Deze veranderingen vragen ook ander beleid. We kunnen in de toekomst schoner, sneller en fijner reizen, als we slim kiezen waar en waarin we investeren. Nieuwe woonwijken krijgen voorzieningen waar je binnen 15 minuten naartoe kunt lopen. Voor als je verder moet reizen, komt er lightrail. Met snelle treinen reis je tussen grotere steden. Er komen meer fietspaden en veel meer schone deelauto's. En in de toekomst kunnen pakketten misschien wel met drones worden bezorgd en rijden er zelfrijdende auto's die mensen en spullen vervoeren."