Directe trein tussen Brussel en Eindhoven

De regering moet met België een directe treinverbinding tussen Brussel, Breda en Eindhoven regelen. Er is veel vraag naar deze verbinding en er is genoeg ruimte op het spoor. Daarnaast moet de regering onderzoeken of de EuroCity Direct vaker per uur kan rijden, bijvoorbeeld elke dertig minuten.

Motie van het lid Grinwis c.s. over de dienstregeling van de EuroCity Brussel-Breda

De kamer, overwegende dat er een grote vraag is naar een rechtstreekse verbinding tussen Eindhoven en Antwerpen en dat hiervoor spoorcapaciteit beschikbaar is; verzoekt de regering om in overleg met België te komen tot een EuroCity Brussel-Breda die voortaan doorrijdt naar Eindhoven Centraal, zo mogelijk vanaf eind 2027, en de Kamer te informeren over de uitkomst en/of een concessiewijziging voor te leggen; verzoekt de regering voorts om samen met België te onderzoeken of de EuroCity Direct binnen de huidige concessie kan worden opgewaardeerd naar een halfuurdienst.
17 juni | CU, CDA, D66, JA21 | Aangenomen: 142–7 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij beschouwt spoorlijnen als de levenslijn voor bereikbaarheid en stelt dat deze essentieel zijn voor de economische concurrentiepositie [1]. Internationale treinverbindingen krijgen bovendien prioriteit als alternatief voor korteafstandsvluchten [1]. Daarnaast wil de partij de regionale ontsluiting versterken door te blijven investeren in spoorverbindingen [4] en streeft zij naar beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar openbaar vervoer, ook buiten de Randstad [3][4]. De partij heeft ook specifiek interesse getoond in grensoverschrijdende spoorverbindingen in de regio, zoals de passagiersverbinding tussen Weert en Hamont [2].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen de uitbreiding van internationale treinverbindingen of de verbetering van de regionale spoorbereikbaarheid pleiten.

Bronnen:

  1. "Bereikbaarheid per spoor en door de lucht is cruciaal voor de economische concurrentiepositie van Nederland. Spoorlijnen zijn de levenslijn voor bereikbaarheid. We zetten vooral in op vernieuwing. Internationale trein- en busverbindingen krijgen prioriteit als alternatief voor korteafstandsvluchten."
  2. "Bereikbaarheid over de weg en het water zijn belangrijk voor onze economie en vrijheid. Goede wegen en bruggen zorgen voor veilige en snelle verplaatsing. Volgens de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 kan Nederland in 2050 maximaal 19 à 20 miljoen inwoners aan. Nederland telt nu ruim 18 miljoen inwoners.. Dit betekent dat we nu moeten nadenken hoe die mensen zich van A naar B gaan bewegen. De uitwerking van de Ontwikkelingsstrategie Grootschalige Infrastructuur moet vaststellen welke grote infrastructurele werken de komende 50 jaar nodig zijn en de route daarnaartoe. Hierbij denkt BBB onder meer aan de Lelylijn, de Oude Lijn bij Leiden, het verlengen van de Noord Zuidlijn, de IJmeerverbinding vanuit Almere en de passagiersverbinding tussen Weert en Hamont (Antwerpen). We stellen onze financieringsarrangementen daar ook op in."
  3. "Beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar openbaar vervoer. Openbaar vervoer (OV) moet beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar zijn, ook buiten de Randstad. In dunbevolkte gebieden stimuleren we kleinschalige vormen zoals buurtbusjes, OV-op-afroep en deelvervoer. Ook voor mensen met een beperking dienen er toegankelijke vervoersopties te zijn."
  4. "De regionale ontsluiting moet worden versterkt door te blijven investeren in spoor- en wegverbindingen. De auto blijft onmisbaar, vooral in landelijke gebieden. Openbaar vervoer moet beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar zijn, ook buiten de Randstad. Kleinschalige OV-oplossingen zijn belangrijk in dunbevolkte gebieden."