De regering moet met België een directe treinverbinding tussen Brussel, Breda en Eindhoven regelen. Er is veel vraag naar deze verbinding en er is genoeg ruimte op het spoor. Daarnaast moet de regering onderzoeken of de EuroCity Direct vaker per uur kan rijden, bijvoorbeeld elke dertig minuten.
Motie van het lid Grinwis c.s. over de dienstregeling van de EuroCity Brussel-Breda
De kamer,
overwegende dat er een grote vraag is naar een rechtstreekse verbinding
tussen Eindhoven en Antwerpen en dat hiervoor spoorcapaciteit
beschikbaar is;
verzoekt de regering om in overleg met België te komen tot een EuroCity
Brussel-Breda die voortaan doorrijdt naar Eindhoven Centraal, zo mogelijk
vanaf eind 2027, en de Kamer te informeren over de uitkomst en/of een
concessiewijziging voor te leggen;
verzoekt de regering voorts om samen met België te onderzoeken of de
EuroCity Direct binnen de huidige concessie kan worden opgewaardeerd
naar een halfuurdienst.
Argumenten voor: De partij wil het Europese treinnetwerk versterken en internationale spoorverbindingen verbeteren [1]. Daarnaast zet de partij zich in voor de verbetering van regionale bereikbaarheid door betere ontsluitingen te regelen en de reistijden te verkleinen [2]. Ook wordt aangegeven dat er voor het verbeteren van verbindingen gebruik kan worden gemaakt van nieuwe concessievormen [2].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen de verbetering van internationale of regionale spoorverbindingen te stemmen.
Bronnen:
"Betere internationale spoorverbindingen: Als we in de toekomst goedkoop met de trein naar Berlijn en snel naar Londen willen kunnen reizen, is het van belang dat we het Europese treinnetwerk versterken. Dit willen we doen door open toegang tot het spoorsysteem te verbeteren en ERTMS zo snel mogelijk uit te rollen."
"Regionale bereikbaarheid: We zetten ons in voor de verbetering van de bereikbaarheid van de regio door betere ontsluitingen te regelen en reistijden regio-randstad te verkleinen. Waar regulier ov niet (meer) rijdt, blijft er wel behoefte aan verbinding. Daarom we versterken we dit met maatwerkoplossingen, slimme routes en nieuwe concessievormen. Daarnaast geven we meer ruimte aan kleinschalige lokale alternatieven waarbij inwoners elkaar helpen met vervoer. We passen hiervoor wetten aan als dat nodig is."