De regering moet een basisniveau vaststellen voor het schulden- en armoedebeleid van gemeenten. Dit niveau moet gebaseerd zijn op succesvolle regelingen uit de praktijk. Het vastleggen van dit basisniveau mag niet worden gebruikt om te bezuinigen. Nu verschillen de regels per gemeente te veel. Dit heeft grote negatieve gevolgen voor volwassenen en kinderen.
Motie van het lid Patijn c.s. over voor een basisniveau van regelingen gemeenten met een succesvol en toereikend schulden- en armoedebeleid volgen
De kamer,
constaterende dat er grote verschillen zijn in de uitvoering van schuldenen armoedebeleid tussen gemeenten;
constaterende dat voor volwassenen en kinderen de negatieve gevolgen
van deze «postcodeloterij» groot zijn;
constaterende dat het kabinet werkt aan vereenvoudiging en een
basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen, waarbij ook
gemeentelijk armoede- en schuldenbeleid wordt geüniformeerd;
verzoekt de regering om gemeenten met een succesvol en toereikend
schulden- en armoedebeleid te volgen als het gaat om een basisniveau en
het vastleggen van een basisniveau niet te gebruiken als een bezuinigingspost.
Argumenten voor: De partij wil dat de landelijke overheid de regisseur is met duidelijke doelen, stabiele regels en voldoende geld [4]. Daarnaast wordt gepleit voor landelijke spelregels die de kwaliteit, transparantie en samenwerking bij lokale taken verbeteren [3]. De partij streeft er bovendien naar dat het Rijk verantwoordelijk is voor voldoende inkomenssteun, zodat gemeenten hun eigen budgetten voor de bedoelde doelen kunnen gebruiken en niet hoeven bij te springen waar het Rijk tekortschiet [1]. Ook wil de partij de financiële bijdragen van het Rijk aan gemeenten verhogen om de toegenomen taken te dekken [2].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen directe argumenten tegen het vaststellen van een landelijk basisniveau, al wordt wel aangegeven dat gemeenten meer zeggenschap moeten krijgen over hun inkomsten en meer ruimte moeten krijgen om zelf keuzes te maken [2].
Bronnen:
"Inkomenssteun moet genoeg zijn om van rond te komen. Het Rijk is daarvoor verantwoordelijk, maar op dit moment moeten gemeenten vaak nog bijspringen om mensen van een volwaardig inkomen te voorzien. Dit moet anders. Ondersteuning vanuit gemeenten is ontzettend belangrijk om in te spelen op specifieke situaties, maar niet om aan te vullen waar het Rijk tekortschiet. D66 pakt dit aan, zodat gemeenten hun budget weer kunnen gebruiken waarvoor het bedoeld is."
"Gemeenten hebben steeds meer taken van het Rijk gekregen zonder voldoende geld. Daarom verhogen we de bijdragen van het Rijk aan gemeenten. Daarnaast krijgen gemeenten meer mogelijkheden voor lokale belastingen en heffingen. Zo hebben ze meer zeggenschap over hun inkomsten en kunnen ze beter zelf keuzes maken én verantwoorden aan inwoners. Dit hoeft niet te betekenen dat inwoners meer belasting gaan betalen: hogere lokale belastingen gaan samen met lagere inkomstenbelastingen."
"Gemeenten krijgen de ruimte én de middelen om preventie lokaal te regelen, met landelijke spelregels die kwaliteit, transparantie en samenwerking verbeteren."
"De landelijke overheid blijft regisseur: duidelijke doelen, stabiele regels en voldoende geld. Wat op de ene plek werkt, delen we nationaal. Succesvolle voorbeelden - zoals van ruilverkaveling of beloningen bij het behalen van doelen - maken we zichtbaar en bruikbaar voor andere regio's."