Geen reparatieonderwijs meer voor het mbo

Het kabinet moet zorgen dat leerlingen in het funderend onderwijs (basisonderwijs en middelbare school) geen achterstanden hebben in taal en rekenen. Het mbo is namelijk bedoeld voor beroepsopleidingen en niet om basisvaardigheden in te halen.

Motie van het lid Raijer over het mbo niet langer inzetten om taal- en rekenachterstanden te repareren

De kamer, constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn aangeleerd; overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en beroepsopleiding; verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet.
23 juni | PVV | Verworpen: 50–100 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat het primair onderwijs zich concentreert op een sterke basis van taal, lezen en rekenen [1]. Er is bezorgdheid over het feit dat de lees- en rekenvaardigheid van kinderen afneemt [2] en het risico op laaggeletterdheid toeneemt [4]. Bovendien wil de partij voorkomen dat kinderen met een taalachterstand aan school beginnen [3].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "We willen dat het primair onderwijs zich richt op een sterke basis met taal, lezen, rekenen, digitale vaardigheden en burgerschap als kern, en toegankelijk voor alle leerlingen."
  2. "We koesteren de mensen die werkzaam zijn in het onderwijs. Goede leerkrachten en docenten zijn allerminst vanzelfsprekend. Er is een groot lerarentekort. Leerkrachten in probleemwijken vallen vaker uit, terwijl juist hier onderwijs de gemeenschap kan versterken. In internationale vergelijkingen gaat de kwaliteit van ons onderwijs achteruit: de lees- en rekenvaardigheid van kinderen neemt af. Niet elk kind heeft een passende onderwijsplek. Er kiezen niet voldoende jongeren voor een vakopleiding op het mbo en we leveren te weinig technische studenten af."
  3. "We verplichten voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen van statushouders die nog inburgeringsplichtig zijn, zodat jonge kinderen niet met een taalachterstand op school hoeven te beginnen en de ouders kunnen inburgeren."
  4. "Het risico op laaggeletterdheid is in toenemende mate aanwezig bij een steeds grotere groep kinderen en verdient onze blijvende aandacht. Projecten als Bieb op school zijn belangrijk om lees- en taalvaardigheid te blijven bevorderen en dergelijke projecten moeten aangevuld worden met een veel bredere aanpak gericht op jong en oud."