Het kabinet moet zorgen dat leerlingen in het funderend onderwijs (basisonderwijs en middelbare school) geen achterstanden hebben in taal en rekenen. Het mbo is namelijk bedoeld voor beroepsopleidingen en niet om basisvaardigheden in te halen.
Motie van het lid Raijer over het mbo niet langer inzetten om taal- en rekenachterstanden te repareren
De kamer,
constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden
moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn
aangeleerd;
overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en
beroepsopleiding;
verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen
zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het
mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet.
Argumenten voor: De partij stelt het herstel van basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen centraal [1]. Er wordt expliciet benoemd dat het een schande is dat kinderen de basisschool verlaten als functioneel analfabeet [3], en de partij wil terug naar de basis van het onderwijs, met name rekenen en taal [4]. Daarnaast wordt het mbo gepositioneerd als een plek waar vakmanschap en de opleiding van vakmensen centraal staan [2], wat aansluit bij het idee dat dit onderwijs niet als reparatieonderwijs moet dienen.
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die het verbeteren van basisvaardigheden in het funderend onderwijs of de focus op vakmanschap in het mbo tegenwerken.
Bronnen:
"Herstel van basisvaardigheden: leer kinderen lezen, schrijven en rekenen"
"Het mbo is het kloppend hart van onze economie. Hier worden onze vakmensen opgeleid: de bouwers, verzorgers, monteurs, chauffeurs, koks, beveiligers, kappers, technici en zoveel meer. Zonder mbo geen draaiend Nederland. De PVV draagt het mbo een warm hart toe: een mbo waar vakmanschap, discipline en trots centraal staan. Zo houden we het mbo dé springplank die jongeren en Nederland vooruitbrengt."
"Steeds meer leraren verlaten het onderwijs of beginnen er niet eens meer aan. De gevolgen zijn groot: een enorm lerarentekort, vierdaagse schoolweken en een structurele afbraak van de onderwijskwaliteit. Eén op de drie kinderen verlaat de basisschool als functioneel analfabeet. Zij zullen de rest van hun leven de grootste moeite hebben om zich te redden. Dat is een schande van de eerste orde voor een ontwikkeld land als Nederland."
"Wij willen geen onderwijsvernieuwingen meer. Wij willen terug naar het gestructureerde onderwijs van weleer - met leraren die duidelijk uitleggen, begeleiden en controleren. Geen onderwijs over gender, klimaat of andere linkse indoctrinatie, maar terug naar de basisvaardigheden: rekenen, taal, geschiedenis. De Week van de Lentekriebels - symbool van seksuele woke-indoctrinatie - schaffen we af in het basisonderwijs."