Het kabinet moet zorgen dat leerlingen in het funderend onderwijs (basisonderwijs en middelbare school) geen achterstanden hebben in taal en rekenen. Het mbo is namelijk bedoeld voor beroepsopleidingen en niet om basisvaardigheden in te halen.
Motie van het lid Raijer over het mbo niet langer inzetten om taal- en rekenachterstanden te repareren
De kamer,
constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden
moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn
aangeleerd;
overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en
beroepsopleiding;
verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen
zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het
mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet.
Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid maatschappelijke problemen niet zomaar bij het onderwijs mag neerleggen [1]. Dit ondersteunt de motie, omdat de motie vraagt dat de overheid de verantwoordelijkheid neemt om achterstanden in taal en rekenen in het funderend onderwijs op te lossen, zodat deze problemen niet als 'reparatieonderwijs' bij het mbo terechtkomen. Daarnaast wil de partij de doorlopende leerlijnen en de overgangen tussen verschillende onderwijstypen versterken [2].
Argumenten tegen: Het programma geeft geen argumenten tegen het aanpakken van basisvaardigheden in het funderend onderwijs of tegen het beschermen van de kerntaak van het mbo.
Bronnen:
"De overheid mag maatschappelijke problemen niet zomaar op het bordje van het onderwijs leggen."
"Er komt geen vijfjarig vmbo voor alle leerlingen. Soepele overgangen en doorlopende leerlijnen tussen praktijkonderwijs, vmbo en mbo worden versterkt."