Het kabinet moet zorgen dat leerlingen in het funderend onderwijs (basisonderwijs en middelbare school) geen achterstanden hebben in taal en rekenen. Het mbo is namelijk bedoeld voor beroepsopleidingen en niet om basisvaardigheden in te halen.
Motie van het lid Raijer over het mbo niet langer inzetten om taal- en rekenachterstanden te repareren
De kamer,
constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden
moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn
aangeleerd;
overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en
beroepsopleiding;
verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen
zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het
mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet.
Argumenten voor: De partij wil dat de bekostiging van het onderwijs gebaseerd wordt op kwaliteit en de aansluiting bij maatschappelijke behoeften en de vraag vanuit het bedrijfsleven [1]. Het mbo niet langer als reparatieonderwijs inzetten kan bijdragen aan de kwaliteit van het beroepsonderwijs en de aansluiting bij de arbeidsmarkt.
Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten uit het verkiezingsprogramma bieden geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"JA21 pleit ervoor een groter deel van het budget als vaste voet toe te kennen onafhankelijk van de studentenaan -tallen, dit zorgt voor stabiliteit ook voor de onderwijs -instellingen in met name de regio's die nu mede afhankelijk zijn van buitenlandse studenten aantallen. Voorts dient de financiering te worden gebaseerd op kwaliteit en maatschappelijke impact. Het Rijk moet sturen door de bekostiging afhankelijk te maken van of voldaan wordt aan een maatschappelijke behoefte of vraag vanuit het bedrijfsleven."