Geen reparatieonderwijs meer voor het mbo

Het kabinet moet zorgen dat leerlingen in het funderend onderwijs (basisonderwijs en middelbare school) geen achterstanden hebben in taal en rekenen. Het mbo is namelijk bedoeld voor beroepsopleidingen en niet om basisvaardigheden in te halen.

Motie van het lid Raijer over het mbo niet langer inzetten om taal- en rekenachterstanden te repareren

De kamer, constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn aangeleerd; overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en beroepsopleiding; verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet.
23 juni | PVV | Verworpen: 50–100 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij maakt zich zorgen over de trend dat kinderen steeds slechter leren rekenen en schrijven en wil deze trend keren [1]. Daarnaast wordt benadrukt dat een stevig fundament in lezen, schrijven en rekenen essentieel is voor de ontwikkeling van kinderen [3]. Ook wil de partij extra middelen vrijmaken voor scholen waar sprake is van uitdagingen en achterstanden [4].

Argumenten tegen: Het programma stelt dat het mbo toegankelijk moet zijn voor instromers die geen startkwalificatie hebben [2].

Bronnen:

  1. "Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
  2. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  3. "Goed onderwijs vormt voor iedereen de basis om zijn of haar weg te vinden in de wereld. Dat begint bij een stevig fundament: lezen, schrijven en rekenen vormen samen met burgerschap en digitale geletterdheid de basis waarop kinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en betrokken volwassenen. Deze vaardigheden zijn essentieel om volwaardig mee te kunnen doen in een steeds veranderende samenleving. Maar tegelijkertijd: scholen zijn geen leerfabrieken. Onderwijs is meer dan leren lezen en schrijven. Onderwijs helpt leerlingen vormen als persoon, hun talenten ontwikkelen en hun plek in de samenleving te vinden."
  4. "Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"