Het kabinet moet zorgen dat leerlingen in het funderend onderwijs (basisonderwijs en middelbare school) geen achterstanden hebben in taal en rekenen. Het mbo is namelijk bedoeld voor beroepsopleidingen en niet om basisvaardigheden in te halen.
Motie van het lid Raijer over het mbo niet langer inzetten om taal- en rekenachterstanden te repareren
De kamer,
constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden
moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn
aangeleerd;
overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en
beroepsopleiding;
verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen
zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het
mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet.
Argumenten voor: De partij stelt dat taal en rekenen de belangrijkste vaardigheden zijn voor een sterke basis voor ieder kind [2] en dat deze vaardigheden in het huidige onderwijs vaak tekortschieten [2]. Er wordt geconstateerd dat te veel leerlingen de school verlaten zonder goed te kunnen lezen, schrijven of rekenen [3]. Om dit te voorkomen, wil de partij investeren in het aanpakken van onderwijsachterstanden [4] en vanaf een zeer vroege leeftijd (1 tot 15 jaar) investeren in een stevige basis om te voorkomen dat kinderen met een achterstand aan de basisschool beginnen [5]. Ook binnen het vmbo ligt de focus op het versterken van de basisvaardigheden [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die het voortzetten van reparatieonderwijs op het mbo ondersteunen of die zich afzetten tegen het aanpakken van achterstanden in het funderend onderwijs.
Bronnen:
"We versterken het vmbo en geven extra steun aan de groep kwetsbare leerlingen, vooral in de basisberoepsgerichte leerweg. We versterken de basisvaardigheden. We zorgen ook voor meer waardering van vaardigheden die gericht zijn op de praktijk."
"We zorgen voor een sterke basis voor ieder kind. Lessen in taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden zijn het belangrijkst. De vaardigheden in taal en rekenen nemen al jaren af. Dat moet beter. Iedere school krijgt een volle schoolbibliotheek."
"Maar die belofte wordt nu nog lang niet altijd waargemaakt. Door het lerarentekort vallen te vaak lessen uit. En te veel leerlingen gaan van school zonder goed te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Tussen scholen zijn de verschillen groot: sommige scholen blinken jaar na jaar uit, andere blijven structureel achter. Jongeren worden te vroeg vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan bijzaken die niets met lesgeven te maken hebben. En scholen missen rust en een visie voor de lange termijn, omdat het beleid steeds verandert."
"We investeren in gelijke kansen op school. Daarom herstellen we het budget om onderwijsachterstanden aan te pakken. Dat is belangrijk voor programma's zoals de brede brugklas en de hulp voor kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs."
"Te veel kinderen beginnen met een achterstand op de basisschool. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin in een stevige basis en in sociale ontwikkeling. Want juist jonge kinderen hebben structuur nodig, een rijke plek om te leren en contact met leeftijdsgenoten. We bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar. Daarin kan ieder kind, in eigen tempo en vanuit de eigen achtergrond, groeien. Zo verdwijnt ook het verschil tussen kinderopvang en peuteropvang of voor- en vroegschoolse educatie."