De regering moet bij het programma Preventie met Gezag alleen nog geld geven aan maatregelen die echt werken. Dit geld moet specifiek naar jongeren gaan die een groot risico lopen om crimineel te worden. Veel huidige hulpmaatregelen blijken namelijk niet effectief te zijn.
Motie van de leden Coenradie en Ellian over financiële middelen uit Preventie met Gezag uitsluitend beschikbaar stellen aan interventies voor jongeren met een verhoogd risico op criminaliteit
De kamer,
constaterende dat jaarlijks ongeveer 100 miljoen euro wordt besteed aan
Preventie met Gezag;
overwegende dat de effectiviteit van veel interventies onvoldoende is
aangetoond en dat de beschikbare middelen primair terecht moeten
komen bij jongeren met een verhoogd risico op criminaliteit;
verzoekt de regering om binnen Preventie met Gezag uitsluitend nog
financiële middelen beschikbaar te stellen voor effectieve interventies die
specifiek zijn gericht op jongeren met een verhoogd risico op het afglijden
naar criminaliteit.
Argumenten voor: De partij stelt dat het voorkomen van criminaliteit een prioriteit is [1]. Zij pleiten specifiek voor gerichte ondersteuning aan ouders van kinderen die dreigen af te glijden naar criminaliteit [1]. Daarnaast ondersteunt de partij het vroegtijdig bieden van ondersteuning aan gezinnen en scholen om te voorkomen dat situaties verergeren [3].
Argumenten tegen: De motie vraagt om middelen uitsluitend in te zetten voor jongeren met een verhoogd risico op criminaliteit. De partij benadrukt echter ook de noodzaak van bredere preventie en ondersteuning voor het gezin en op school [2][3], en de ondersteuning van jongvolwassenen in algemene kwetsbare omstandigheden [4], wat mogelijk botst met een strikte beperking van de middelen.
Bronnen:
"Het voorkomen van criminaliteit wordt een prioriteit. Er wordt daarom geïnvesteerd in kansengelijkheid en aandacht voor de oorzaken van criminaliteit. Lokale overheden krijgen meer budget voor gerichte ondersteuning aan ouders met kinderen die dreigen af te glijden, bij voorkeur door professionals in wie de jongeren in kwestie zich kunnen herkennen."
"De jeugdzorg is na de decentralisatie naar gemeentes achteruitgegaan. De kosten voor jeugdzorg zijn sterk gestegen omdat er meer en meer complexe zorg wordt ingezet en het aantal jeugdigen in de zorg toeneemt. Gemeenten krijgen daarom voldoende geld om goede jeugdzorg aan te bieden. Tegelijk is het nodig om meer in te zetten op preventie en ondersteuning van het gezin en op school. Voor kinderen in de pleegzorg is een stabiele en liefdevolle omgeving van essentieel belang om goed op te groeien, liefst bij pleegouders en anders in een gezinshuis. Helaas staat de pleegzorg onder grote druk: de werkdruk voor medewerkers is heel hoog en daardoor is het verloop groot."
"Kinderen, gezinnen en scholen krijgen op een eerder moment ondersteuning om erger te voorkomen. Hiervoor komt extra geld beschikbaar. Verschillen tussen gemeenten in aanbod en kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. We zorgen dat elke gemeente voldoende middelen heeft voor een goed en gelijkwaardig georganiseerde lokale en bovenregionale jeugdzorg. De leeftijdsgrens gaat naar 21 jaar en de jeugdhulp wordt vanaf 18 jaar geleidelijk afgebouwd. Zorg wordt lokaal aangeboden waar dat kan en (boven)regionaal waar dat moet."
"Er wordt geïnvesteerd in organisaties die zich inspannen om jongerenparticipatie, ervaringsdeskundigheid en de ondersteuning van jongvolwassenen in kwetsbare omstandigheden mogelijk te maken, en om ze een vaste en gelijkwaardige plek aan de tafel te geven om mee te praten en mee te beslissen."