Betere bijscholing voor dierenartsen

De regering moet onderzoeken hoe de bijscholing van dierenartsen structureel kan worden verbeterd. Dierenartsen werken steeds vaker in grote ketens en hebben veel werkdruk. Goede nascholing en begeleiding zijn nodig om de kwaliteit van de zorg te behouden en te voorkomen dat jonge dierenartsen stoppen met hun werk.

Motie van het lid Vellinga-Beemsterboer over onderzoeken hoe de professionele ontwikkeling van dierenartsen structureel kan worden versterkt

De kamer, overwegende dat de diergeneeskundige sector in beweging is en dierenartsen steeds vaker werken binnen grotere ketens en onder toenemende werkdruk; overwegende dat voortdurende professionele ontwikkeling essentieel is om de kwaliteit, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid van diergeneeskundige besluitvorming te waarborgen; overwegende dat goede nascholing en begeleiding van jonge dierenartsen kunnen bijdragen aan het versterken van de beroepsgroep en het tegengaan van uitval; verzoekt de regering te onderzoeken hoe levenslang leren, nascholing en professionele ontwikkeling van dierenartsen structureel kunnen worden versterkt en eventueel beter kunnen worden gefaciliteerd.
24 juni | D66 | Aangenomen: 121–29 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat de samenleving niet zonder vakbekwame professionals kan [1] en zet in op investeringen in het beroepsonderwijs om kennisverlies door pensioen tegen te gaan [3]. Daarnaast vindt de partij het belangrijk om de waardering van professionals te vergroten en loopbaanperspectieven te bieden, onder meer door aandacht te besteden aan werkdruk en professionele ruimte [2].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen informatie die tegen het versterken van de professionele ontwikkeling of de ondersteuning van specifieke beroepsgroepen spreekt.

Bronnen:

  1. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  2. "Nederland heeft breed opgeleide vakbekwame leraren en schoolleiders nodig. Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte. Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Goede mogelijkheden voor zijinstromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau."
  3. "We investeren volop in het beroepsonderwijs en geven ruimte aan jonge ondernemers. Dat is nodig, nu veel kennis met pensioen gaat. Elke provincie verdient een techniekhavo en technasia. Bedrijven worden via samenwerkingen actief betrokken bij het onderwijs, zowel in het voortgezet als vervolgonderwijs. We stimuleren ondernemerschap vanuit het hoger en wetenschappelijk onderwijs, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van afspraken over het intellectueel eigendom van tijdens een studie ontwikkelde innovaties."