Betere bijscholing voor dierenartsen

De regering moet onderzoeken hoe de bijscholing van dierenartsen structureel kan worden verbeterd. Dierenartsen werken steeds vaker in grote ketens en hebben veel werkdruk. Goede nascholing en begeleiding zijn nodig om de kwaliteit van de zorg te behouden en te voorkomen dat jonge dierenartsen stoppen met hun werk.

Motie van het lid Vellinga-Beemsterboer over onderzoeken hoe de professionele ontwikkeling van dierenartsen structureel kan worden versterkt

De kamer, overwegende dat de diergeneeskundige sector in beweging is en dierenartsen steeds vaker werken binnen grotere ketens en onder toenemende werkdruk; overwegende dat voortdurende professionele ontwikkeling essentieel is om de kwaliteit, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid van diergeneeskundige besluitvorming te waarborgen; overwegende dat goede nascholing en begeleiding van jonge dierenartsen kunnen bijdragen aan het versterken van de beroepsgroep en het tegengaan van uitval; verzoekt de regering te onderzoeken hoe levenslang leren, nascholing en professionele ontwikkeling van dierenartsen structureel kunnen worden versterkt en eventueel beter kunnen worden gefaciliteerd.
24 juni | D66 | Aangenomen: 121–29 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil investeren in het beroep van de dierenarts, omdat de werkdruk hoog is en er een tekort aan dierenartsen is [1]. De partij stelt expliciet dat zij willen dat mensen het vak kunnen blijven uitoefenen door middel van scholing en ondersteuning [1]. Daarnaast wordt waardering voor vakmanschap benadrukt [2].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen het versterken van de professionele ontwikkeling of nascholing van dierenartsen.

Bronnen:

  1. "Investeren in dierenartsen. We investeren in het vak van dierenarts. De werkdruk is hoog en het tekort aan dierenartsen neemt toe. Terwijl hun inzet op veel plekken hard nodig is. We leven en werken immers samen met dieren. We willen dat meer mensen het vak kunnen kiezen én blijven uitoefenen, met eerlijke beloning, scholing en ondersteuning."
  2. "8.4 Waardering voor vakmanschap"