Controle op de Milieuomnibus

De regering moet de Kamer vooraf informeren over de Milieuomnibus (een pakket met milieuregels). De Kamer moet vóór belangrijke stemmingen een beslismoment krijgen. Zo kan de Kamer de risico's voor de natuur, het milieu en de gezondheid goed afwegen. Dit voorkomt dat nieuwe Europese regels onbedoeld schade aanrichten.

Motie van de leden Kostić en Zalinyan over de Kamer actief op de hoogte houden en voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Milieuomnibus een definitief beslismoment voorleggen

De kamer, constaterende dat de Kamer de motie-Kostić (21501–08, nr. 1020) heeft aangenomen om te borgen dat vereenvoudigingen in de Europese weten regelgeving niet leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu; constaterende dat de Kamer met de motie-Bromet c.s. (22 112, nr. 4335) al heeft aangegeven betrokken te willen worden bij belangrijke stemmingen over Omnibussen; overwegende dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om ook de kosten, baten en risico’s die voortvloeien uit de Milieuomnibus integraal af te wegen op basis van wetenschappelijke inzichten; verzoekt de regering om de Kamer actief op de hoogte te houden van de ontwikkelingen, en voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Milieuomnibus aan de Kamer een definitief beslismoment voor te leggen, zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen.
24 juni | PvdD | Aangenomen: 134–10 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma FvD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil dat de financiële implicaties van grote plannen aan de kiezer worden voorgelegd [1]. Daarnaast is de partij van mening dat de huidige doorrekeningssystematiek (zoals die van het CPB) vooral geschikt is voor kortetermijnbezuinigingen, maar niet voor het vormen van een visie op de lange termijn of de hoofdrichting van het land [2][4]. De partij wil juist de mogelijkheid hebben om belangrijke beleidskwesties, zoals het klimaatbeleid, fundamenteel te heroverwegen [3].

Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten tegen het versterken van de parlementaire controle of het verzoeken van de regering om extra informatievoorziening.

Bronnen:

  1. "Want hoewel het op zichzelf natuurlijk klopt, dat je het gehele klimaatbeleid - dat in vele jaren is opgebouwd, dat ten uitvoer wordt gebracht door vele bestuurslagen en verdeeld wordt over vele instanties die daarbij gebruik maken van talloze (inter)nationale subsidies en publiek-private 'investeringsfondsen' - niet zomaar in één regeerperiode, met een enkele pennenstreek, kunt afschaffen (en je in onze parlementaire democratie überhaupt slechts langzaam grote veranderingen kunt doorvoeren), vinden wij dat de financiële implicaties van dergelijke 'grote plannen' juist wél aan de kiezer zouden moeten worden voorgelegd."
  2. "Deze inkadering maakt het onmogelijk om een visie voor de lange termijn aan het CPB voor te leggen. Ons parlementaire systeem wordt immers gekenmerkt door lange lijnen, trage aanpassingsprocedures en eindeloze beroepstermijnen. Verleende vergunningen, vergunde aanbestedingen, gesloten verdragen: je bent er niet zomaar vanaf. Daardoor blijkt een 'doorrekening' met een tijdsbestek van slechts vier jaar vooral een sta-in-de-weg om een heldere toekomstvisie te kunnen presenteren."
  3. "Deze zelfbeperking van het CPB vinden wij problematisch. Want het gaat ons er nu juist om, een aantal hoofdlijnen van het huidige beleid - zoals het klimaatbeleid en het sluiten van het Groninger gasveld - te heroverwegen. Wij vinden dat we ons bij verkiezingen met zijn allen moeten afvragen: was datgene wat we tot nu toe hebben gedaan eigenlijk wel zo verstandig? Of moeten we ons beleid wellicht fundamenteel herzien? Als dat soort vragen buiten de reikwijdte van het CPB vallen - wat héb je dan aan een ' doorrekening'?"
  4. "Je kunt hetzelfde ook anders zeggen: de doorrekeningssystematiek van het CPB is een ambtelijk rekenmodel dat geschikt is om op korte termijn te becijferen hoeveel overheidsgeld beschikbaar komt voor bepaalde acute maatregelen. Het laat (bij benadering) zien wat er morgen gebeurt met de zorgkosten als je vandaag de orthodontist in het basispakket opneemt. Het is een vorm van huishoudkunde die nuttig kan zijn wanneer je de kwartaalbegroting opstelt - maar die we niet moeten verwarren met de visie, de hoofdrichting die we als land op willen."