De regering moet de Kamer vooraf informeren over de Milieuomnibus (een pakket met milieuregels). De Kamer moet vóór belangrijke stemmingen een beslismoment krijgen. Zo kan de Kamer de risico's voor de natuur, het milieu en de gezondheid goed afwegen. Dit voorkomt dat nieuwe Europese regels onbedoeld schade aanrichten.
Motie van de leden Kostić en Zalinyan over de Kamer actief op de hoogte houden en voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Milieuomnibus een definitief beslismoment voorleggen
De kamer,
constaterende dat de Kamer de motie-Kostić (21501–08, nr. 1020) heeft
aangenomen om te borgen dat vereenvoudigingen in de Europese weten regelgeving niet leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en
milieu;
constaterende dat de Kamer met de motie-Bromet c.s. (22 112, nr. 4335) al
heeft aangegeven betrokken te willen worden bij belangrijke stemmingen
over Omnibussen;
overwegende dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om ook de
kosten, baten en risico’s die voortvloeien uit de Milieuomnibus integraal
af te wegen op basis van wetenschappelijke inzichten;
verzoekt de regering om de Kamer actief op de hoogte te houden van de
ontwikkelingen, en voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de
Milieuomnibus aan de Kamer een definitief beslismoment voor te leggen,
zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen.
Argumenten voor: De partij wil de controlerende taak van de Kamer versterken [1] en vindt dat belangrijke keuzes en belangenafwegingen voor Nederland door de gekozen Tweede Kamer gemaakt moeten worden [2]. Daarnaast steunt de partij het gebruik van onafhankelijke monitoring bij besluitvorming over de staat van de natuur [4].
Argumenten tegen: De partij streeft naar het stoppen van vertraging in wetgeving en wil de doorlooptijd van beleid inkorten door procedures te verkorten [3]. Daarnaast wil de partij onnodig procesmatig papierwerk en bureaucratie verminderen [3]. Ook stemt de partij tegen moties die volgens hen geen overduidelijke meerwaarde hebben [1].
Bronnen:
"Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."
"De politiek moet werken voor Nederlanders. Keuzes en belangenafwegingen voor Nederland moeten daarom zoveel mogelijk door de gekozen Tweede Kamer worden gemaakt en niet door de rechter. Dat betekent ook dat de Tweede Kamer zichzelf serieus moet nemen, meer tijd moet besteden aan wetgeving en minder aan de ophef van de dag. Een goed werkende democratie betekent meer dan de helft van de zetels plus één. We willen Nederlanders eerder betrekken bij nieuw beleid, zodat we hun zorgen mee kunnen nemen en dat regels voor mensen uitvoerbaar zijn."
"We stoppen vertraging in wetgeving: De doorlooptijd van maatschappelijke wens tot daadwerkelijke realisatie van beleid is nu vaak jaren. Om dit in te korten zetten we het mes in de hoeveelheid adviesorganen, adviescolleges, taskforces, commissies, zelfstandige bestuursorganen, etcetera. We waarderen extern advies, maar we willen ook snelheid. We rekenen topambtenaren af op het verminderen van onnodig procesmatig papierwerk en afvinklijstjes bij nieuw beleid en we verkorten procedures die voorafgaan aan indiening van een wet. We verkorten waar mogelijk beslistermijnen. Bij grote vraagstukken wijzen we aan welk ministerie doorzettingsmacht heeft, zodat problemen sneller worden opgelost."
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."