Controle op de Milieuomnibus

De regering moet de Kamer vooraf informeren over de Milieuomnibus (een pakket met milieuregels). De Kamer moet vóór belangrijke stemmingen een beslismoment krijgen. Zo kan de Kamer de risico's voor de natuur, het milieu en de gezondheid goed afwegen. Dit voorkomt dat nieuwe Europese regels onbedoeld schade aanrichten.

Motie van de leden Kostić en Zalinyan over de Kamer actief op de hoogte houden en voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Milieuomnibus een definitief beslismoment voorleggen

De kamer, constaterende dat de Kamer de motie-Kostić (21501–08, nr. 1020) heeft aangenomen om te borgen dat vereenvoudigingen in de Europese weten regelgeving niet leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu; constaterende dat de Kamer met de motie-Bromet c.s. (22 112, nr. 4335) al heeft aangegeven betrokken te willen worden bij belangrijke stemmingen over Omnibussen; overwegende dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om ook de kosten, baten en risico’s die voortvloeien uit de Milieuomnibus integraal af te wegen op basis van wetenschappelijke inzichten; verzoekt de regering om de Kamer actief op de hoogte te houden van de ontwikkelingen, en voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Milieuomnibus aan de Kamer een definitief beslismoment voor te leggen, zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen.
24 juni | PvdD | Aangenomen: 134–10 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de informatievoorziening verbeterd moet worden zodat wetgeving die impact heeft op Nederland tijdig in de Tweede Kamer kan worden besproken, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven [1]. Bovendien stelt de partij dat ministers geen Europese besluiten mogen steunen zonder een mandaat van het parlement [1] en dat de wetgevende macht versterkt moet worden [2]. De partij uit daarnaast kritiek op vage rekenmodellen en bemoeizucht vanuit Brussel [3], wat aansluit bij de wens om de risico's van regelgeving integraal te kunnen afwegen.

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen een betere informatievoorziening of meer parlementaire betrokkenheid bij de Milieuomnibus te stemmen.

Bronnen:

  1. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
  2. "De minister dient zich niet alleen te richten op het efficiën -ter maken van de overheid, maar in de tweede plaats ook op het versterken van de wetgevende macht. Decentrale besluitvorming speelt hierin een belangrijke rol. Het subsidiari -teitsbeginsel, dat stelt dat een hogere overheid alleen taken op zich neemt als een lagere overheid daartoe niet in staat is, moet zo veel mogelijk nageleefd worden. De Minister voor"
  3. "> Landbouw en visserij horen bij Nederland. Ze zijn een onlosmakelijk onderdeel van onze economie en van onze cultuur. De sectoren staan onder druk door moderne eisen, vage rekenmodellen en Brusselse bemoeizucht. JA21 kiest niet voor stilstand maar voor oplossingen die werken voor de boer en de visser, voor het dier en de natuur, en daarmee voor de Nederlandse samenleving als geheel."