Eerlijke toepassing van verwijtbaarheid

De regering moet onderzoeken hoe bestuursorganen de 'verwijtbaarheid' (de mate waarin iemand iets fout doet) toepassen bij maatregelen of waarschuwingen. Dit is nodig om te zien of persoonlijke omstandigheden en het doenvermogen (wat iemand kan) goed worden meegewogen. Dit beschermt mensen met een verstandelijke beperking of psychische kwetsbaarheid tegen ongelijkheid.

Motie van het lid Ceder over in de wetsevaluatie de toepassing van het begrip "verwijtbaarheid" onderzoeken

De kamer, constaterende dat in de wet is bepaald dat bestuursorganen bij het opleggen van een maatregel of waarschuwing onder meer de mate van verwijtbaarheid van de overtreding moeten betrekken; overwegende dat voor een zorgvuldige en gelijke toepassing van de wet van belang is dat inzicht ontstaat in de wijze waarop bestuursorganen het begrip «verwijtbaarheid» in de praktijk invullen en toepassen; verzoekt de regering om in de monitoring en in de wettelijk voorziene evaluatie van deze wet in ieder geval te onderzoeken: – op welke wijze bestuursorganen het criterium «toerekenbaarheid» toepassen bij het opleggen van maatregelen en waarschuwingen; – in hoeverre persoonlijke omstandigheden en doenvermogen van belanghebbenden daarbij daadwerkelijk worden betrokken; – welke gevolgen de toepassing van deze criteria heeft voor personen met een verstandelijke beperking, psychische kwetsbaarheid of anderszins verminderd doenvermogen; – of de toepassing van het criterium «verwijtbaarheid» in de uitvoeringspraktijk en rechtspraak leidt tot voldoende rechtsbescherming en een evenredige besluitvorming; en de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren.
30 juni | CU | Aangenomen: 113–37 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat mensen met verward of onbegrepen gedrag vaak lijden onder tekorten in de GGZ en dat adequate begeleiding essentieel is [1]. Daarnaast stelt de partij dat er nader onderzoek nodig is naar situaties rondom ernstig psychisch lijden [2]. Een onderzoek naar de vraag of bestuursorganen bij het opleggen van maatregelen voldoende rekening houden met de persoonlijke omstandigheden en het verminderde doenvermogen van kwetsbare personen, sluit aan bij deze aandacht voor de ondersteuning en behandeling van deze doelgroep [1][2].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen het uitvoeren van dit onderzoek of tegen de bescherming van personen met een verminderd doenvermogen zijn.

Bronnen:

  1. "Een persoon met verward of onbegrepen gedrag kan voor buren of omgeving veel overlast veroorzaken. De politie is te veel capaciteit kwijt aan overlastgevende of verwarde personen, terwijl de oorzaak voor dit lijden veelal bij tekorten in de GGZ ligt. Adequate begeleiding vanuit de GGZ of persoonlijke begeleiders is nodig om iemand zelfstandig te kunnen laten wonen. Wanneer zelfstandig wonen een brug te ver is, is een plek in een intramurale instelling noodzakelijk."
  2. "Ook de stijging van het aantal jongeren onder de dertig dat een euthanasieverzoek doet, baart ons grote zorgen. Dit vereist nader onderzoek. Tegelijk moet worden ingezet op het ontwikkelen van nieuwe manieren om jongeren nabij te zijn en te ondersteunen, bijvoorbeeld door verbreding en verbetering van het palliatieve zorgaanbod voor ernstig psychiatrische patiënten. En er wordt gekeken hoe de GGZ aan de vaak ernstige zorgvraag van deze jongeren recht kan doen. Totdat hier samen met de sector goed naar is gekeken, wordt euthanasie voor jongeren met ernstig psychisch lijden onder de dertig gestopt. Euthanasiezaken waarover in de toetsingscommissies discussie bestaat, dienen altijd aan het Openbaar Ministerie (OM) te worden voorgelegd."