De regering moet onderzoeken hoe bestuursorganen de 'verwijtbaarheid' (de mate waarin iemand iets fout doet) toepassen bij maatregelen of waarschuwingen. Dit is nodig om te zien of persoonlijke omstandigheden en het doenvermogen (wat iemand kan) goed worden meegewogen. Dit beschermt mensen met een verstandelijke beperking of psychische kwetsbaarheid tegen ongelijkheid.
Motie van het lid Ceder over in de wetsevaluatie de toepassing van het begrip "verwijtbaarheid" onderzoeken
De kamer,
constaterende dat in de wet is bepaald dat bestuursorganen bij het
opleggen van een maatregel of waarschuwing onder meer de mate van
verwijtbaarheid van de overtreding moeten betrekken;
overwegende dat voor een zorgvuldige en gelijke toepassing van de wet
van belang is dat inzicht ontstaat in de wijze waarop bestuursorganen het
begrip «verwijtbaarheid» in de praktijk invullen en toepassen;
verzoekt de regering om in de monitoring en in de wettelijk voorziene
evaluatie van deze wet in ieder geval te onderzoeken:
– op welke wijze bestuursorganen het criterium «toerekenbaarheid»
toepassen bij het opleggen van maatregelen en waarschuwingen;
– in hoeverre persoonlijke omstandigheden en doenvermogen van
belanghebbenden daarbij daadwerkelijk worden betrokken;
– welke gevolgen de toepassing van deze criteria heeft voor personen
met een verstandelijke beperking, psychische kwetsbaarheid of
anderszins verminderd doenvermogen;
– of de toepassing van het criterium «verwijtbaarheid» in de uitvoeringspraktijk en rechtspraak leidt tot voldoende rechtsbescherming en een
evenredige besluitvorming;
en de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren.
Argumenten voor: De partij maakt zich zorgen over de rekbaarheid van begrippen en de mogelijke verschuivingen in de machtsverdeling tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, omdat dit het vertrouwen in de rechtspraak aantast [1]. Het onderzoek naar de toepassing van het criterium 'verwijtbaarheid' om de rechtsbescherming en de evenredige besluitvorming te waarborgen, draagt bij aan het belang van een goede werking van de rechterlijke macht en de samenleving [1].
Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten om tegen het onderzoek te stemmen.
Bronnen:
"'algemeen belang' een te rekbaar begrip is gebleken, roept dit vragen op over mogelijke verschuivingen in de taakverdeling tussen wetgevende, uitvoerende en rech -terlijke macht. Bovenal is dit zorgelijk omdat deze ont -wikkeling bijdraagt aan een lager vertrouwen van veel Nederlanders in de rechtspraak. JA21 geeft de aanzet tot het moderniseren of opzeggen van internationale verdragen. Dit alles is zowel in het belang van de samenleving als (het aanzien van) de rechterlijke macht."