De regering moet onderzoeken hoe bestuursorganen de 'verwijtbaarheid' (de mate waarin iemand iets fout doet) toepassen bij maatregelen of waarschuwingen. Dit is nodig om te zien of persoonlijke omstandigheden en het doenvermogen (wat iemand kan) goed worden meegewogen. Dit beschermt mensen met een verstandelijke beperking of psychische kwetsbaarheid tegen ongelijkheid.
Motie van het lid Ceder over in de wetsevaluatie de toepassing van het begrip "verwijtbaarheid" onderzoeken
De kamer,
constaterende dat in de wet is bepaald dat bestuursorganen bij het
opleggen van een maatregel of waarschuwing onder meer de mate van
verwijtbaarheid van de overtreding moeten betrekken;
overwegende dat voor een zorgvuldige en gelijke toepassing van de wet
van belang is dat inzicht ontstaat in de wijze waarop bestuursorganen het
begrip «verwijtbaarheid» in de praktijk invullen en toepassen;
verzoekt de regering om in de monitoring en in de wettelijk voorziene
evaluatie van deze wet in ieder geval te onderzoeken:
– op welke wijze bestuursorganen het criterium «toerekenbaarheid»
toepassen bij het opleggen van maatregelen en waarschuwingen;
– in hoeverre persoonlijke omstandigheden en doenvermogen van
belanghebbenden daarbij daadwerkelijk worden betrokken;
– welke gevolgen de toepassing van deze criteria heeft voor personen
met een verstandelijke beperking, psychische kwetsbaarheid of
anderszins verminderd doenvermogen;
– of de toepassing van het criterium «verwijtbaarheid» in de uitvoeringspraktijk en rechtspraak leidt tot voldoende rechtsbescherming en een
evenredige besluitvorming;
en de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren.
30 juni: Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid) (36785) antwoord 1e termijn + rest
2 juli: Aansluitend: STEMMINGEN (over alle onderwerpen tot en met 1 juli 2026)