Nieuwe financiering voor infrastructuur

De regering moet de Algemene Rekenkamer laten adviseren over nieuwe manieren om infrastructuur, zoals wegen en spoor, te betalen via het Mobiliteitsfonds. Dit is nodig om de gevolgen te begrijpen voor de financiering van projecten, de wetgeving en de MIRT (de langetermijnplanning voor verkeer en vervoer).

Motie van de leden Stoffer en Grinwis over de Algemene Rekenkamer voor het IenW-begrotingsdebat laten adviseren over alternatieve vormen van financiering voor infrastructuur

De kamer, verzoekt de regering de Algemene Rekenkamer voor het IenW-begrotingsdebat in het najaar te laten adviseren over alternatieve vormen van financiering van investeringen in instandhouding en aanleg van infrastructuur, via het Mobiliteitsfonds en in aanvulling op dit fonds, inclusief de betekenis hiervan voor de wijze waarop projecten gefinancierd worden, de MIRT-systematiek en de wetgeving.
30 juni | SGP, CU |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij benadrukt de noodzaak van grootschalige en structurele investeringen in de infrastructuur, het spoor en het openbaar vervoer om de bereikbaarheid en de economie te waarborgen [1][2][3][4][5][7]. Daarnaast streeft de partij naar het maken van slimme en gerichte investeringen die zichzelf terugverdienen om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te garanderen [8]. De bereidheid om naar nieuwe financieringsinstrumenten te kijken, zoals een nationale investeringsbank, duidt op een openheid voor alternatieve manieren om investeringen vorm te geven [6].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma geeft geen informatie die een tegenstand tegen het onderzoeken van alternatieve financieringsvormen voor infrastructuur of de rol van de Algemene Rekenkamer uitdrukt.

Bronnen:

  1. "Samenleven betekent verbonden zijn. Mobiliteit brengt mensen bij elkaar. Op bezoek bij familie, naar het werk of de vereniging. Maar Nederland dreigt vast te lopen. Bussen worden wegbezuinigd, de treinen puilen uit en de snelwegen staan vol. Om heel Nederland bereikbaar te houden, zijn investeringen in infrastructuur voor schoon en slim vervoer noodzakelijk. Duurzaam vervoer moet gestimuleerd worden en onnodig verkeer voorkomen."
  2. "Een florerende samenleving en competitieve economie kan niet zonder veilige, moderne en duurzame infrastructuur en mobiliteit. De ChristenUnie investeert fors in openbaar vervoer, het onderhoud van infrastructuur en verkeersveiligheid. De fiets en fietsveiligheid zijn daarbij ook van groot belang."
  3. "Grote delen van ons spoor- en vaarwegennet zijn al meer dan vijftig jaar in gebruik en toe aan onderhoud. De komende jaren gaan we aan de slag om deze infrastructurele werken te vervangen en werken achterstallig onderhoud weg. Hier trekken we extra geld voor uit."
  4. "Het aantal verkeersdoden moet omlaag. We verbeteren de bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals wandelaars, fietsers, kinderen (op weg naar school) en ouderen. Daarom investeren we jaarlijks 200 miljoen euro in verkeersveiligheid en fietsinfrastructuur. Overtredingen binnen de bebouwde kom worden harder aangepakt. Stelselmatige overtreders worden strenger gestraft, met name bij zwaardere overtredingen. Het OM kan op verzoek van gemeenten ook op 30 km/u wegen controleren met flitscamera's. We verbinden de landsdelen beter, zoals bij knooppunt Hoevelaken, de A15 of A27. De 17 gepauzeerde projecten worden uitgevoerd. Daarvoor investeren we 5 miljard euro. Voor de A27 Ring Utrecht (Amelisweerd) wordt het regionale alternatief gevolgd. Het geld dat vrijkomt gebruiken we voor investeringen in spoor en OV."
  5. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  6. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
  7. "Er dreigt een kaalslag in het OV: buslijnen verdwijnen, ritten worden steeds duurder. We willen dorpen, buitenwijken en voorzieningen beter bereikbaar maken met het openbaar vervoer. We draaien de bezuiniging op het openbaar vervoer terug en stellen in navolging van de Bikker-gelden 300 miljoen euro per jaar beschikbaar voor versterking van het aanbod van busvervoer en goedkopere kaartjes. Er komt een landelijk netwerk van frequente snelle busverbindingen tussen middelgrote steden. We zetten ons in voor een structurele verbetering van het doelgroepenvervoer, inclusief het leerlingenvervoer."
  8. "Elke investering of belastingverlaging kost geld. Net als in een huishouden of bedrijf moet dat onderaan de streep wel rondrekenen. Daarom kiezen we voor gerichte en slimme keuzes die zorgen voor een bloeiend land, maar tegelijkertijd ook voor houdbare overheidsfinanciën. In tegenstelling tot het huidige kabinet gaan we geen consumptieve uitgaven financieren met meer schuld, maar stoppen we juist geld in investeringen die zich terugverdienen, zoals woningbouw, infrastructuur en energienetten. Solide en houdbare overheidsfinancien zijn een randvoorwaarde voor de duurzame bloei van ons land."