Geen nieuwe nationale parken zonder onderzoek

De regering mag geen nieuwe nationale parken aanwijzen voordat de gevolgen voor burgers, ondernemers en de ruimte duidelijk zijn. Er is eerst onafhankelijk onderzoek nodig naar de juridische en financiële gevolgen. Eerdere natuuruitbreidingen hebben de ontwikkeling van Nederland namelijk te veel beperkt.

Motie van het lid Van der Plas

De kamer, constaterende dat de regering nieuwe nationale parken wil aanwijzen terwijl de mogelijke gevolgen daarvan voor burgers, ondernemers, overheden en ruimtelijke ontwikkelingen niet vooraf volledig in beeld zijn; overwegende dat eerdere natuuruitbreidingen Nederland op slot hebben gezet; verzoekt de regering nooit meer nieuwe nationale parken aan te wijzen zolang niet vooraf onafhankelijk en integraal in kaart is gebracht welke juridische, ruimtelijke, maatschappelijke en financiële gevolgen de aanwijzing binnen én buiten het aangewezen gebied kan hebben.
1 september | BBB |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een integrale visie op de ruimtelijke ordening waarbij verschillende belangen zoals wonen, natuur en landbouw duurzaam samengaan [2][3]. Zij willen voorkomen dat beleid niet op elkaar aansluit [7] en maken gebruik van parlementaire wetsverkenningen om bij nieuwe wetgeving vroegtijdig informatie en advies te verzamelen [1].

Argumenten tegen: De partij zet specifiek in op de uitbreiding en het herstel van natuurgebieden [6]. Hierbij moet het Natuurnetwerk Nederland met 34.000 hectare worden uitgebreid [4] en wordt gestreefd naar een natuurfunctie van 30% op land- en wateroppervlak [4][5].

Bronnen:

  1. "Wij pleiten voor het invoeren van een parlementaire wetsverkenning. Hiermee krijgt de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer."
  2. "We kiezen voor een toekomstbestendig Nederland waarin wonen, werken, natuur, landbouw en mobiliteit duurzaam samengaan. Met centrale regie en duidelijke keuzes voor een schone toekomst richten we onze ruimte zo goed mogelijk in. We investeren in alle regio's en kijken wat lokaal het beste past."
  3. "We moeten centraal regie voeren op de ruimtelijke ordening en deze integraal bekijken. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) moet de keuzes voor de toekomst maken, zodat provincies en gemeenten meer duidelijkheid krijgen. Dan kunnen we in heel Nederland toekomstbestendig bouwen. Volt wil aan de Nota Ruimte een visie toevoegen voor Nederland in 2100. Hierin zorgen we dat er in de toekomst ruimte is voor duurzame landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur, met als uitgangspunt een duurzame leefomgeving voor mens en natuur. We passen de Woningwet aan, zodat in de besluitvorming rekening gehouden moet worden met het klimaat en andere leefomstandigheden over 30 jaar."
  4. "Internationaal is afgesproken dat in 2030 dertig procent van het land- en wateroppervlak op aarde beschermd natuurgebied moet zijn. Volt zet in lijn hiermee in op 30% natuurfunctie van ons land. Dit bestaat uit natuurgebieden, koppelgebieden en bufferstroken met natuurinclusieve landbouw of recreatie. Hiervoor is 150.000 hectare extra natuur nodig en moet het Natuurnetwerk Nederland met 34.000 hectare worden uitgebreid."
  5. "Nederland handhaaft de internationale afspraak om 30% van het wateroppervlak in 2030 als beschermd natuurgebied aan te wijzen."
  6. "De natuur is belangrijk voor onze toekomst. Daarom geven we belangrijke natuurgebieden eigen rechten, zodat ze beter beschermd zijn. We maken duidelijke afspraken binnen de Europese Unie (EU). Wie grote en ernstige schade aan de natuur aanricht, houden we verantwoordelijk. We zetten in op uitbreiding en herstel van natuurgebieden en verbinden de natuur in Nederland en in de EU. Ook verminderen we de uitstoot van stikstof, waarbij we prioriteit geven aan kwetsbare natuurgebieden."
  7. "Voor een groene toekomst moeten we onze ruimte anders indelen. Herstel van natuur, meer woningen en het stikstofprobleem. Al deze problemen gaan over de ruimte die we hebben en hoe we daarmee omgaan. Terwijl we in een van de dichtstbevolkte landen van de Europese Unie (EU) wonen. Nederland komt niet vooruit door beleid dat niet op elkaar aansluit en een gebrek aan visie."