De regering moet onderzoeken of de acties van Extinction Rebellion als extremisme worden gezien. De groep is herhaaldelijk strafbaar en ontregelt belangrijke infrastructuur om politieke besluitvorming te beïnvloeden.
Motie van het lid Van der Plas over acties van Extinction Rebellion laten beoordelen op de criteria voor extremisme
De kamer,
constaterende dat Extinction Rebellion herhaaldelijk strafbare feiten
pleegt en vitale infrastructuur ontregelt om politieke besluitvorming te
beïnvloeden;
overwegende dat de Minister erkent dat deze acties in sommige gevallen
kunnen aanschuren tegen extremisme;
verzoekt de regering het structurele patroon van acties van Extinction
Rebellion te laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij wil de voorwaarden voor demonstraties aanscherpen wanneer acties de orde buitensporig verstoren of de rechten van anderen beperken [1]. Daarnaast wil de partij het verhinderen van vreedzame bijeenkomsten tegengaan [1] en streeft zij naar het aanpakken van ongewenste invloeden en terrorisme op basis van veiligheidsassessments [2].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat het grondrecht om te demonstreren een groot goed is [1].
Bronnen:
"Het grondrecht om te demonstreren is een groot goed. Het merendeel van de demonstraties verloopt vreedzaam, maar acties die de orde buitensporig verstoren of de rechten en vrijheden van andere mensen ernstig beperken, zijn in opkomst. Om dit gerichter aan te kunnen pakken, moeten de voorwaarden om te kunnen demonstreren waar nodig aangescherpt. Onderdeel daarvan is het verbod op gezichtsbedekkende kleding en het zo mogelijk verhalen van schade op de organisatoren. Daarnaast moet intimidatie en het op andere manier verhinderen van vreedzame bijeenkomsten worden tegengegaan door misbruik van het beginsel van zicht- en gehoorsafstand aan te pakken."
"De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) heeft verontrustende conclusies gepresenteerd. Uit het onderzoek blijkt dat bepaalde islamitische landen met geldstromen invloed uitoefenen in onder meer moskeeën en informeel islamonderwijs. Om dit tegen te gaan leggen we geldstromen uit onvrije landen aan banden. We streven er naar organisaties die dergelijke invloed uitoefenen te verbieden. Vaak zijn deze organisaties in andere landen om deze reden al verboden. Landen die onvrijheid of terrorisme subsidiëren worden gesanctioneerd. Hierin telt de dreigingsappreciatie van de NCTV zwaar mee. De Nederlandse regering stuurt geen afvaardiging naar sportevenementen in dergelijke landen."