Compensatie voor ETS2-sectoren bij buy-out

De regering moet de opbrengsten uit de 'buy-out' (betalingen om emissierechten te vermijden) gebruiken om de ETS2-sectoren (bedrijven met CO2-verplichtingen) te compenseren. Deze sectoren betalen nu extra kosten zonder dat dit helpt tegen CO2-uitstoot. Ook stijgen hun energiekosten hard. Het geld moet worden verdeeld op basis van de extra kosten die zij maken.

Motie van de leden Grinwis en Van den Berg over in het geval van buy-outopbrengsten conform de vigerende begrotingsregels een lastenverlichting voor de ETS2-sectoren doorvoeren

De kamer, constaterende dat indien energieleveranciers gebruikmaken van de buy-outprijs, afnemers te maken hebben met meerkosten zonder dat er CO2-emissiereductie wordt geboekt; overwegende dat momenteel niet wordt uitgegaan van opbrengsten uit de buy-out, maar dat deze, als ze er zijn, zullen worden toegevoegd aan de algemene middelen, terwijl het in de rede ligt om deze middelen te gebruiken om de afnemers (ETS2-sectoren) naar rato te compenseren, mede in het licht van de al stijgende energielasten voor deze sectoren; verzoekt de regering in het geval van buy-outopbrengsten, conform de vigerende begrotingsregels, een lastenverlichting voor de ETS2-sectoren door te voeren ter hoogte van deze opbrengsten en deze lastenverlichting naar rato van de door sectoren gemaakte meerkosten te verdelen.
21 september | CU, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij geeft aan dat opbrengsten van beprijzingsmechanismen zoals ETS-2 moeten worden gebruikt voor de financiële compensatie van bedrijven en burgers [1]. Tevens wordt gesteld dat het doel van dergelijke heffingen niet het ophalen van gelden is, maar dat de opbrengsten de industrie moeten ondersteunen bij de overstap naar duurzame productiemethoden [2]. Daarnaast wordt ingezet op financiële middelen voor de verduurzaming van de industrie om een sterke en schone sector te behouden [3].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om opbrengsten uit ETS-2 aan de algemene middelen toe te wijzen in plaats van aan de getroffen sectoren.

Bronnen:

  1. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
  2. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  3. "Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."