De regering moet de opbrengsten uit de 'buy-out' (betalingen om emissierechten te vermijden) gebruiken om de ETS2-sectoren (bedrijven met CO2-verplichtingen) te compenseren. Deze sectoren betalen nu extra kosten zonder dat dit helpt tegen CO2-uitstoot. Ook stijgen hun energiekosten hard. Het geld moet worden verdeeld op basis van de extra kosten die zij maken.
Motie van de leden Grinwis en Van den Berg over in het geval van buy-outopbrengsten conform de vigerende begrotingsregels een lastenverlichting voor de ETS2-sectoren doorvoeren
De kamer,
constaterende dat indien energieleveranciers gebruikmaken van de
buy-outprijs, afnemers te maken hebben met meerkosten zonder dat er
CO2-emissiereductie wordt geboekt;
overwegende dat momenteel niet wordt uitgegaan van opbrengsten uit
de buy-out, maar dat deze, als ze er zijn, zullen worden toegevoegd aan de
algemene middelen, terwijl het in de rede ligt om deze middelen te
gebruiken om de afnemers (ETS2-sectoren) naar rato te compenseren,
mede in het licht van de al stijgende energielasten voor deze sectoren;
verzoekt de regering in het geval van buy-outopbrengsten, conform de
vigerende begrotingsregels, een lastenverlichting voor de ETS2-sectoren
door te voeren ter hoogte van deze opbrengsten en deze lastenverlichting
naar rato van de door sectoren gemaakte meerkosten te verdelen.
Argumenten voor: De partij wil dat opbrengsten uit milieu- en CO2-gerelateerde maatregelen worden ingezet voor het bestrijden van de klimaat- en natuurcrisis [2]. Daarnaast streeft de partij ernaar dat de consument betaalt voor de negatieve maatschappelijke effecten van vervuiling, zodat duurzame opties relatief goedkoper worden [1].
Argumenten tegen: De partij wil dat opbrengsten van klimaatgerelateerde maatregelen rechtstreeks naar het bestrijden van de natuur- en klimaatcrisis gaan [2], in plaats van te worden gebruikt voor lastenverlichting voor sectoren. Daarnaast wil de partij de financiƫle verantwoordelijkheid van grote bedrijven en vervuilers juist vergroten [7856, 7924, 8474, 8475] en ziet zij liever dat middelen naar de kunst- en cultuursector gaan in plaats van naar fossiele belangen [3].
Bronnen:
"Door de consument te laten betalen voor de negatieve maatschappelijke effecten, conform het principe van de vervuiler betaalt, worden gezonde, diervriendelijke en duurzame producten de goedkopere optie."
"We voeren een progressieve winstbelasting in waarbij de tarieven afhankelijk zijn van de CO2uitstoot, in lijn met de Groene Belastinggids. Zo worden buitensporige winsten afgeroomd, vervuiling ontmoedigd en wordt de vervuiler financieel verantwoordelijk gemaakt. De opbrengsten gaan naar het bestrijden van de natuur- en klimaatcrisis."
"Er moeten geen miljarden naar fossiele bedrijven, er moet meer geld naar de kunst- en cultuursector. De harde bezuinigingen van de afgelopen decennia brengen de bestaanszekerheid en de toegankelijkheid van kunst, cultuur en erfgoed in gevaar."