De regering moet de opbrengsten uit de 'buy-out' (betalingen om emissierechten te vermijden) gebruiken om de ETS2-sectoren (bedrijven met CO2-verplichtingen) te compenseren. Deze sectoren betalen nu extra kosten zonder dat dit helpt tegen CO2-uitstoot. Ook stijgen hun energiekosten hard. Het geld moet worden verdeeld op basis van de extra kosten die zij maken.
Motie van de leden Grinwis en Van den Berg over in het geval van buy-outopbrengsten conform de vigerende begrotingsregels een lastenverlichting voor de ETS2-sectoren doorvoeren
De kamer,
constaterende dat indien energieleveranciers gebruikmaken van de
buy-outprijs, afnemers te maken hebben met meerkosten zonder dat er
CO2-emissiereductie wordt geboekt;
overwegende dat momenteel niet wordt uitgegaan van opbrengsten uit
de buy-out, maar dat deze, als ze er zijn, zullen worden toegevoegd aan de
algemene middelen, terwijl het in de rede ligt om deze middelen te
gebruiken om de afnemers (ETS2-sectoren) naar rato te compenseren,
mede in het licht van de al stijgende energielasten voor deze sectoren;
verzoekt de regering in het geval van buy-outopbrengsten, conform de
vigerende begrotingsregels, een lastenverlichting voor de ETS2-sectoren
door te voeren ter hoogte van deze opbrengsten en deze lastenverlichting
naar rato van de door sectoren gemaakte meerkosten te verdelen.
Argumenten voor: De partij streeft naar lagere energiekosten voor huishoudens [1] en wil voorkomen dat het klimaatbeleid burgers op de kosten jaagt [4]. Het compenseren van de sectoren voor de meerkosten die niet bijdragen aan de emissiereductie zou indirect kunnen helpen bij het stabiliseren van de energieprijzen voor consumenten [1].
Argumenten tegen: De partij wil dat grote vervuilers en bedrijven een eerlijke bijdrage leveren aan de samenleving [2][3] en dat opbrengsten uit belastingen of winsten van grote bedrijven worden ingezet voor publieke diensten, sociale zekerheid en het klimaatbeleid [5][2]. Het verlenen van lastenverlichting aan de ETS2-sectoren spreekt de wens om juist hogere bijdragen van vervuilers te vragen tegen [3][2].
Bronnen:
"Lagere energiekosten voor huishoudens. Huishoudens profiteren van verduurzaming door een lagere energierekening. De overheid ondersteunt dit actief, met name door méér subsidies beschikbaar te stellen voor het isoleren van huurwoningen en zonnepanelen voor particulieren. Dat betekent ook dat de salderingsregeling moet blijven."
"Op fiscaal gebied kan dekking worden gerealiseerd door een eerlijkere bijdrage uit de winsten van grote bedrijven en van de superrijken. Wij verhogen daarom de winstbelasting voor grote bedrijven en schaffen ondoelmatige belastingvoordelen die de ongelijkheid vergroten af. Binnen de inkomstenbelasting zorgen wij voor een rechtvaardigere verdeling door van superrijken een eerlijke bijdrage te vragen. Deze eerlijke bijdrage vragen wij ook van zeer grote vermogens. De grote vervuilende bedrijven moeten ook hun eerlijke deel bijdragen, volgens het principe dat de vervuiler betaalt. Aanvullende dekking kan worden gevonden door een doelmatigheidsslag binnen de overheid en het anders inzetten van bestaande fondsen. Tot slot heeft bij optredende begrotingstekorten het altijd eerst de voorkeur om in te zetten op een doelmatigere overheid, waarbij de uitgaven voor de sociale zekerheid, de zorg en het onderwijs worden ontzien en altijd op peil blijven."
"Grote vervuilers gaan eerlijker bijdragen. Bedrijven in de commerciële sector die veel energie verbruiken, gaan relatief méér energiebelasting en opslag voor duurzame energie betalen. Met een CO2-heffing voor de grootste vervuilers geven we een extra stimulans om te verduurzamen."
"Geen onnodige bemoeizucht richting consumenten. Klimaatbeleid is hard nodig, maar mag geen middel worden om burgers betuttelend te bejegenen of op de kosten te jagen. Daarom komt er géén belasting op vlees, géén extra heffing op suiker en géén toeslag op plastic verpakkingen. Deze heffingen vergroten de ongelijkheid."
"Wij willen onze maatregelen op een goede manier financieren. Dat betekent dat wij niet toestaan dat rekeningen op een onverantwoorde manier doorgeschoven worden naar komende generaties. Tegelijkertijd is het van belang dat we het land niet besturen als kille boekhouders. Binnen de bestaande Europese begrotingsregels is het dan ook bespreekbaar voor ons om de staatsschuld te laten oplopen, om investeringen in onze samenleving mogelijk te maken. Nu er op defensiegebied uitzonderingen op de begrotingsregels gemaakt worden, willen wij deze uitzonderingen ook voor investeringen in bijvoorbeeld publieke diensten die de brede welvaart van de samenleving vergroten en in het klimaatbeleid."