De regering moet samen met de glastuinbouwsector plannen maken voor een duurzame toekomst in 2040. Nu lukt verduurzamen nog niet goed door een tekort aan stroom en duurzame warmte. Er zijn duidelijke regels nodig over investeringen en het voorkomen van te hoge kosten voor CO2-uitstoot.
Motie van de leden Müller en Meulenkamp over langjarige afspraken met de glastuinbouw over investeringen in verduurzaming
De kamer,
constaterende dat de glastuinbouw de ambitie heeft om in 2040 klimaatneutraal en economisch rendabel te produceren en dat de verduurzaming
momenteel wordt belemmerd door netcongestie, onvoldoende duurzame
warmte en onvoldoende externe CO2;
overwegende dat het wenselijk is dat de sector een duidelijke prikkel
houdt om te verduurzamen en dat voorkomen moet worden dat bedrijven
worden geconfronteerd met een stapeling van lasten voor emissies die zij
door het ontbreken van verduurzamingsalternatieven nog niet redelijkerwijs kunnen vermijden;
overwegende dat wkk’s de komende jaren een belangrijke rol kunnen
blijven spelen bij het leveren van warmte, CO2 en flexibel elektriciteitsvermogen en dat groen gas en waterstof mogelijkheden bieden om te
verduurzamen;
verzoekt de regering om samen met de glastuinbouwsector te komen tot
herijkte langjarige afspraken richting 2040 waarin:
– afspraken worden gemaakt over investeringen van de sector in
verduurzaming en randvoorwaarden vanuit de overheid;
– duidelijkheid wordt geboden over de samenhang tussen ETS2, de
bijmengverplichting groen gas en nationale CO2-beprijzing en over
een passend en voorspelbaar compensatiekader met oog op behoud
van een economisch rendabele sector;
– de toekomstige systeemrol van wkk’s en de mogelijkheden voor de
inzet van groen gas en waterstof daarbij worden betrokken;
verzoekt de regering de Kamer hierover uiterlijk bij de Voorjaarsnota 2027
te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar maatwerkafspraken met strategische sectoren om de verduurzaming te ondersteunen [1][3]. Daarnaast vindt de partij het essentieel dat randvoorwaarden voor vergroening, zoals de energie-infrastructuur (elektriciteits- en warmtenetten), met voorrang op orde worden gebracht om te voorkomen dat bedrijven in de knel komen [2][3]. De partij steunt bovendien het stimuleren van innovatie en het maken van gerichte afspraken om een sterke industriële sector te behouden [3][4].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die de motie tegenspreken.
Bronnen:
"Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
"De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
"Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."