De regering moet onderzoeken hoe het begrotingsproces meer ruimte kan bieden voor investeringen op de lange termijn. Veel grote projecten duren namelijk langer dan één kabinetsperiode. Het huidige systeem is nu te veel gericht op de korte termijn, wat goede keuzes voor de toekomst bemoeilijkt.
Motie van het lid Van Brenk over onderzoeken hoe het begrotingsproces meer ruimte kan bieden voor een langetermijnperspectief op investeringen
De kamer,
overwegende dat belangrijke maatschappelijke en
infrastructurele investeringen zich vaak over meerdere kabinetsperiodes
uitstrekken;
overwegende dat het huidige begrotingsproces zich voornamelijk richt
op de kortere termijn, waardoor de afweging van
langetermijninvesteringen kan worden bemoeilijkt;
overwegende het gedeelde nationale belang van verstandige
investeringsbeslissingen voor de lange termijn;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze het
begrotingsproces meer ruimte kan bieden voor een langetermijnperspectief
op investeringen, waaronder een verruiming van het begrotingsvenster, en
de Kamer hierover uiterlijk in het voorjaar te informeren.
Argumenten voor: De partij pleit voor structurele investeringen in plaats van tijdelijke of incidentele subsidies om langetermijnbeleid mogelijk te maken [1][4]. Zij willen een verplichte generatietoets invoeren om te garanderen dat overheidsbeleid rechtvaardig is voor toekomstige generaties [5] en willen de Monitor Brede Welvaart leidend maken in plaats van het Bruto Binnenlands Product [5]. Daarnaast stelt de partij dat investeringen op de lange termijn iedereen ten goede komen [2] en steunt zij het gebruik van geduldig kapitaal voor langetermijninvesteringen [3].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die het belang van een langetermijnperspectief in het begrotingsproces tegenspreken; de partij benadrukt juist de noodzaak van structurele benaderingen boven tijdelijke maatregelen [6].
Bronnen:
"Investeringen in het onderwijs worden structureel, in plaats van tijdelijke en steeds wisselende subsidies. Hierdoor kunnen scholen zelf langetermijnbeleid ontwikkelen dat kwalitatief en inclusief onderwijs ten goede komt."
"Dat vergt op korte termijn investeringen en komt op langere termijn iedereen ten goede. Doorstromen naar een vervolgopleiding wordt makkelijker gemaakt in plaats van moeilijker."
"Geduldig kapitaal, bedoeld voor langetermijninvesteringen in minder rendabele sectoren, maken we fiscaal aantrekkelijker. Financieringen en investeringen voor circulaire processen en bedrijven wordt makkelijker. We gebruiken hiervoor als leidraad het rapport 'Geld genoeg - maar niet voor circulaire bedrijven'."
"De huidige manier van financieren van het onderwijs, met telkens incidentele subsidies, zorgt ervoor dat scholen geen langetermijnbeleid kunnen maken en houdt structurele verbeteringen tegen. Het werkt kansenongelijkheid in de hand en veroordeelt kinderen en leerkrachten tot lessen in verouderde gebouwen. De Partij voor de Dieren kiest voor de toekomst en investeert in kwalitatief onderwijs voor de lange termijn en in duurzame onderwijshuisvesting. Het middelbaar beroepsonderwijs speelt een grote rol bij het aanpakken van uitdagingen in de maatschappij. Goed opgeleide vakmensen dragen bij aan een leefbare, groene en duurzame toekomst. Daarom investeert de Partij voor de Dieren in een breed aanbod van praktijkgerichte opleidingen en innovatief, praktijkgericht onderzoek."
"In plaats van het Bruto Binnenlands Product (BBP) maken we de Monitor Brede Welvaart leidend in beleid. De overheid stopt met rapporteren van economische groei. We voeren een verplichte generatietoets in om te garanderen dat overheidsbeleid ook rechtvaardig is voor toekomstige generaties. Nederland wordt zo snel mogelijk lid van het Wellbeing Economy Governments partnership."
"De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."