De regering moet inhoudelijke keuzes over de interpretatie van het Genocideverdrag eerst aan de Kamer voorleggen voordat zij die deelt aan het Internationaal Gerechtshof. Dit is nodig zodat de Kamer de regering kan controleren op juridische standpunten in zaken zoals de procedure tussen Zuid-Afrika en Israël.
Motie van het lid Boomsma over inbreng bij het Internationaal Gerechtshof over de interpretatie van het Genocideverdrag eerst voorleggen aan de Kamer
De kamer,
constaterende dat Nederland een verklaring tot interventie heeft
ingediend bij het Internationaal Gerechtshof in de zaak Zuid-Afrika tegen
Israël betreffende de toepassing van het Genocideverdrag;
constaterende dat Nederland daarmee een specifieke rechtsopvatting over
de interpretatie van het Genocideverdrag bij het Hof naar voren brengt,
waarbij duidelijke inhoudelijke keuzes zijn gemaakt;
overwegende dat een dergelijke keuze onderwerp dient te zijn van
parlementaire controle en debat;
overwegende dat eventuele verdere Nederlandse schriftelijke of mondelinge inbreng bij het Hof nieuwe of nadere standpunten over de interpretatie van het Genocideverdrag kan bevatten;
verzoekt de regering voortaan als Nederland voornemens is te interveniëren bij het Internationaal Gerechtshof met betrekking tot de interpretatie van het Genocideverdrag, de inhoudelijke strekking en keuzes
daarbinnen eerst voor te leggen aan de Kamer;
verzoekt de regering eventuele verdere Nederlandse inbreng in de
procedure van Zuid-Afrika tegen Israël, als de Nederlandse interventie
wordt toegelaten, voorafgaand aan indiening bij het Gerechtshof eerst
aan de Kamer voor te leggen en de Kamer voldoende gelegenheid te
bieden hierover met de regering van gedachten te wisselen.