De regering moet een plan maken om diersoorten te beschermen zonder dat Defensie vertraging oploopt. De aanwezigheid van bepaalde dieren belemmert nu namelijk de paraatheid van het leger.
Motie van het lid Ten Hove over diersoorten beschermen zonder de ontwikkeling en onderhoudsplannen van Defensie vertraging op te laten lopen
De kamer,
constaterende dat de aanwezigheid van bepaalde diersoorten een
belemmering kan vormen voor de paraatheid van Defensie;
verzoekt de regering met een plan te komen om diersoorten te
beschermen zonder dat de ontwikkeling en onderhoudsplannen van
Defensie vertraging oplopen.
Waarom voor? De partij stelt dat defensie prioriteit heeft [3] en wil investeren in de defensie-uitgaven [1] en de nationale defensie-industrie [2]. Het voorkomen van vertragingen in defensieplannen door de aanwezigheid van diersoorten ondersteunt indirect de doelstelling om de defensie-uitgaven en industrie optimaal te benutten en te versterken. Bovendien pleit de partij voor een kritische correctie op maatregelen wanneer deze de Nederlandse welvaart belemmeren [4], wat aansluit bij de motie om de paraatheid niet te laten belemmeren door diersoorten.
Waarom tegen? De partij spreekt zich uit voor bescherming van het milieu als een generatieproject en rentmeesterschap [5], wat een expliciete zorg voor dieren en natuur impliceert die mogelijk in conflict komt met de wens om beschermingsregels voor diersoorten in te perken.
Bronnen:
"Uitbreiding van de defensie-uitgaven in lijn met de afspraken in NAVO-verband." (0.676)
"Versterking van de nationale defensie-industrie." (0.676)
"Denk aan onderwijs, verkeer, defensie, migratie, middenstand, klimaat en milieu, landbouw en nog veel meer." (0.652)
"De wens om voorop te lopen, vaak met symboolpolitiek, was sterker dan een werkelijke toewijding aan vermindering van de CO2-uitstoot of aan het beschermen van de Nederlandse welvaart. Dat vraagt om nieuwe maatregelen en correctie van al bestaande maatregelen." (0.652)
"Bescherming van het milieu als generatieproject: rentmeesterschap voor degenen die na ons komen, met inzet van ervaring en betrokkenheid op landelijk én op gemeentelijk niveau." (0.651)