Betere scholingskansen voor iedereen

De regering moet zorgen dat geld voor Leven Lang Ontwikkelen voortaan vooral naar praktisch opgeleiden en mensen in kwetsbare posities gaat. Nu gaat dit geld nog te vaak naar hoogopgeleiden die hun weg naar scholing al makkelijk vinden. Door de ondersteuning meer te richten op groepen die dit het hardst nodig hebben, worden hun kansen op de arbeidsmarkt eerlijker verdeeld.

Motie van het lid Raijer over borgen dat middelen voor LLO primair terechtkomen bij de groepen die deze het meest nodig hebben

De kamer, constaterende dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen in de praktijk vooral terechtkomen bij hoogopgeleiden, die hun weg naar scholing al weten te vinden; overwegende dat juist praktisch opgeleiden, laaggeletterden en mensen in kwetsbare posities deze ondersteuning het hardst nodig hebben; van mening dat publiek geld gericht moet worden ingezet om kansen te vergroten voor deze groepen; verzoekt de regering om met concrete maatregelen te komen die borgen dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen primair terechtkomen bij de groepen die deze het meest nodig hebben, en de Kamer voor het zomerreces te informeren.
16 april | PVV | Aangenomen: 142–8 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat voor het creëren van gelijke kansen gericht geïnvesteerd moet worden [1]. Daarnaast benadrukt de partij het belang van vakmensen in de samenleving en het stimuleren van praktisch onderwijs [3]. De inzet om kansen voor iedereen eerlijker te maken sluit aan bij de strekking van de motie [2].

Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten die direct tegen het gerichter inzetten van publieke middelen voor kwetsbare groepen in het onderwijs pleiten.

Bronnen:

  1. "Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"
  2. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  3. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."