De regering moet zorgen dat geld voor Leven Lang Ontwikkelen voortaan vooral naar praktisch opgeleiden en mensen in kwetsbare posities gaat. Nu gaat dit geld nog te vaak naar hoogopgeleiden die hun weg naar scholing al makkelijk vinden. Door de ondersteuning meer te richten op groepen die dit het hardst nodig hebben, worden hun kansen op de arbeidsmarkt eerlijker verdeeld.
Motie van het lid Raijer over borgen dat middelen voor LLO primair terechtkomen bij de groepen die deze het meest nodig hebben
De kamer,
constaterende dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen in de praktijk
vooral terechtkomen bij hoogopgeleiden, die hun weg naar scholing al
weten te vinden;
overwegende dat juist praktisch opgeleiden, laaggeletterden en mensen
in kwetsbare posities deze ondersteuning het hardst nodig hebben;
van mening dat publiek geld gericht moet worden ingezet om kansen te
vergroten voor deze groepen;
verzoekt de regering om met concrete maatregelen te komen die borgen
dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen primair terechtkomen bij de
groepen die deze het meest nodig hebben, en de Kamer voor het
zomerreces te informeren.
Argumenten voor: De partij zet zich expliciet in voor de werkende klasse en stelt dat de overheid eerlijke keuzes moet maken om de positie van deze groep structureel te verbeteren [1]. Het investeren in vakopleidingen en het wegnemen van hindernissen voor jongeren om voor een vak te kiezen sluit aan bij het vergroten van kansen voor praktisch opgeleiden [2]. Door publiek geld te richten op degenen die het meest nodig hebben, kan de partij de ongelijkheid verminderen, conform hun visie op het versterken van de positie van werknemers en het tegengaan van economische verschillen [1][3].
Argumenten tegen: Er is geen directe aanwijzing in de tekst die tegen het gerichter inzetten van publieke middelen voor kwetsbare groepen in het onderwijs pleit.
Bronnen:
"De groei van de Nederlandse economie neemt al jaren af, terwijl we meer werken dan ooit. De werkloosheid is historisch laag en het aantal openstaande vacatures is groter dan de hoeveelheid mensen die een baan zoekt. Tegelijkertijd blijft de loonontwikkeling van werknemers achter bij de groei van vermogens en gaat een steeds groter deel van de winst naar kapitaal in plaats van arbeid. Het gevolg is toenemende ongelijkheid en een concentratie van economische en politieke macht. De afgelopen jaren verhoogden regeringen de pensioenleeftijd en maakten zij arbeid steeds onzekerder. Dit beleid is structureel onhoudbaar voor de werkende klasse. De economie van ons land vraagt volgens de SP om frisse, nieuwe en eerlijke politieke keuzes die de arbeidsproductiviteit van ons land en de positie van de werkende klasse structureel verbeteren."
"Vakmanschap verdient bescherming. We stoppen de afbraak van ambachtelijke opleidingen en investeren in nieuwe vakopleidingen. Jongeren moeten weer kunnen kiezen voor een vak, zonder stigma en zonder hindernissen."
"Dood geld werkt niet, werknemers wel. Zonder de werkende klasse, de grote meerderheid van Nederland die haar inkomen verdient uit arbeid, uitkering, of pensioen, zou er niets gedaan worden in Nederland. Toch wordt het voor steeds meer mensen moeilijker om rond te komen. We kiezen ervoor om de lonen te verhogen, belasting op arbeid te verlagen en dit te betalen door de vermogens van de allerrijksten te belasten. Ook winstdeling en het democratiseren van werkplekken zijn hierin belangrijke stappen. We vergroten hiermee het besteedbare inkomen van de werkende klasse en stimuleren private en overheidsinvesteringen in ons land. Dat is goed voor de economie en vermindert de ongelijkheid."