De regering moet zorgen dat geld voor Leven Lang Ontwikkelen voortaan vooral naar praktisch opgeleiden en mensen in kwetsbare posities gaat. Nu gaat dit geld nog te vaak naar hoogopgeleiden die hun weg naar scholing al makkelijk vinden. Door de ondersteuning meer te richten op groepen die dit het hardst nodig hebben, worden hun kansen op de arbeidsmarkt eerlijker verdeeld.
Motie van het lid Raijer over borgen dat middelen voor LLO primair terechtkomen bij de groepen die deze het meest nodig hebben
De kamer,
constaterende dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen in de praktijk
vooral terechtkomen bij hoogopgeleiden, die hun weg naar scholing al
weten te vinden;
overwegende dat juist praktisch opgeleiden, laaggeletterden en mensen
in kwetsbare posities deze ondersteuning het hardst nodig hebben;
van mening dat publiek geld gericht moet worden ingezet om kansen te
vergroten voor deze groepen;
verzoekt de regering om met concrete maatregelen te komen die borgen
dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen primair terechtkomen bij de
groepen die deze het meest nodig hebben, en de Kamer voor het
zomerreces te informeren.
Argumenten voor: Er is geen directe ondersteuning voor de motie in het verstrekte fragment. Het fragment richt zich uitsluitend op armoede en onvoldoende besteedbaar inkomen [1].
Argumenten tegen: De verstrekte tekst biedt geen specifieke argumenten tegen de motie. Het fragment richt zich op algemene armoedebestrijding en zegt niets over overheidsbeleid rondom scholing of 'Leven Lang Ontwikkelen' [1].
Bronnen:
"In het Nederland van nu leven meer dan een half miljoen mensen onder de armoedegrens, waaronder 90.000 kinderen - en meer dan één miljoen mensen zitten er net boven. Dat zijn allemaal Nederlanders die hun rekeningen nauwelijks kunnen betalen. Dit moet écht anders! Nederlanders moeten weer rond kunnen komen en geld overhouden in hun portemonnee. Dat is toch wel het minste!"