De regering moet met onderzoeksfinancier NWO afspreken dat het cv weer meetelt bij het toekennen van beurzen. Ervaring, vakmanschap en eerdere publicaties van wetenschappers zijn cruciaal om het beste onderzoekstalent te selecteren.
Motie van de leden Boomsma en Claassen over het cv weer hanteren als honoreringscriterium voor NWO-beurzen
De kamer,
constaterende dat het cv bij de toekenning van Veni-, Vidi- of
Vici-talentbeurzen door NWO geen rol speelt in de aanvraagfase,
waardoor externe referenten en beoordelingscommissies alleen kunnen
beslissen op basis van het ingediende onderzoeksvoorstel maar niet op
basis van het cv van de onderzoeker;
overwegende dat het cv ook is verwijderd in andere NWO-competities;
overwegende dat cv’s, inclusief criteria over onderzoek, ervaring en
publicaties, van groot belang zijn voor de selectie van wetenschappelijk
talent en de beste wetenschap;
verzoekt de regering met NWO te bespreken hoe een cv met wereldwijd
gebruikte criteria weer een honoreringscriterium kan worden voor alle
beurzen verstrekt door NWO.
Argumenten voor: Er zijn geen directe argumenten in het verkiezingsprogramma te vinden die het herintroduceren van een CV bij NWO-subsidies ondersteunen. Men zou kunnen aanvoeren dat het beoordelen op basis van onderzoekservaring in een CV de kwaliteit en expertise van onderzoekers kan garanderen, die de partij centraal stelt [1].
Argumenten tegen: De partij streeft naar vermindering van competitiedruk in de wetenschap en benoemt dat het huidige systeem, waarbij succesvolle onderzoekers steeds meer kans maken en criteria leiden tot ongewenste machtsverhoudingen, moet veranderen [1]. Het herintroduceren van een CV als honoreringscriterium in competitieve beurzen (`Veni`, `Vidi`, `Vici`) kan worden gezien als het versterken van 'Matthew-effecten' waarbij gevestigde onderzoekers met rijke CV's altijd voorrang krijgen op vernieuwend onderzoek. Daarnaast streeft de partij naar een systeem waarbij wetenschap niet wordt onderworpen aan dergelijke beoordelingssystemen, maar wordt verlegd naar vaste, meerjarige financiering [2].
Bronnen:
"Veel hogescholen en universiteiten zijn leerfabrieken geworden, waar studenten massaal colleges volgen en weinig contact hebben met hun docenten. Het aantrekken van maximale hoeveelheden studenten levert deze instellingen veel collegegeld op. De grootschaligheid zorgt in de drukke steden voor extra problemen, bijvoorbeeld met huisvesting. De Partij voor de Dieren stelt de kwaliteit van het onderwijs op hogescholen en universiteiten centraal. Universiteiten zijn ook kennisinstellingen waar veel onderzoek wordt gedaan. De financiering van dit onderzoek bestaat vrijwel volledig uit subsidies die door middel van competitie worden verworven. Het overgrote deel van subsidieaanvragen wordt afgewezen, wat resulteert in onnodige werkdruk. Onderzoekers die eenmaal succesvol zijn, maken steevast meer kans op toewijzing. Dit ontmoedigt vernieuwend onderzoek en leidt tot ongewenste machtsverhoudingen. De Partij voor de Dieren streeft naar vermindering van deze competitiedruk. Daarnaast beperken we de invloed van bedrijven en multinationals op het onderzoek, want goed onderzoek dient allereerst de belangen van de maatschappij en de onafhankelijke wetenschap, niet die van het kapitaal. Door vrij en onafhankelijk onderzoek te stimuleren, vergroten we het vertrouwen in de wetenschap."
"De onafhankelijkheid en de kwaliteit van de wetenschap wordt beschermd en vergroot. Wetenschap mag niet onderworpen worden aan de markt of commerciële belangen. Om kwaliteit en onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek te vergroten wordt een groter deel hiervan gefinancierd via vaste (meerjarige) financiering. Het overheidsbudget voor het eerste en tweede geldstroomonderzoek wordt daarom structureel verhoogd. Daarmee krijgen niet alleen docenten, maar ook onderzoekers en promovendi voldoende tijd en ruimte om hun werk te doen."