De regering moet de verdeling van onderzoeksbudgetten internationaal vergelijken en doelen stellen voor de versterking van exacte wetenschappen, zoals natuurwetenschappen en techniek. Nederlandse wetenschappers publiceren relatief weinig en hun wetenschappelijke invloed neemt af. Meer langetermijnzekerheid is nodig om de internationale positie van Nederland in de bètawetenschappen te behouden.
Motie van het lid Claassen over de verdeling van publieke onderzoeksfinanciering over wetenschapsgebieden internationaal benchmarken
De kamer,
constaterende dat Nederland van alle twintig referentielanden het kleinste
aandeel publicaties in de natuurwetenschappen en engineering heeft;
constaterende dat de citatie-impact in de natuurwetenschappen de
afgelopen twee decennia met dertien procentpunten is gedaald volgens
het Rathenau Instituut;
overwegende dat de bètadecanen van alle Nederlandse universiteiten
alarm hebben geslagen over het gebrek aan langetermijnzekerheid voor
bèta- en technisch onderzoek en dat Nederland zijn internationale
concurrentiepositie in de exacte wetenschappen structureel ziet
verslechteren;
verzoekt de regering de verdeling van publieke onderzoeksfinanciering
over wetenschapsgebieden internationaal te benchmarken, concrete
doelstellingen te formuleren voor de versterking van de exacte wetenschappen en de Kamer hierover bij de Voorjaarsnota 2027 te informeren.
Argumenten voor: De partij pleit expliciet voor forse investeringen in wetenschappelijk onderzoek [1] en in innovatie middels een nationale technologiestrategie [2]. Ook wordt benadrukt dat de economie profiteert van onderzoek naar nieuwe technieken [3] en dat er stabiele en toereikende bekostiging nodig is [4]. De motie sluit hierbij aan door te vragen om versterking van het technisch onderzoek.
Argumenten tegen: De partij hecht zeer aan de academische vrijheid: 'de vrijheid van onderzoekers om naar eigen inzicht onderzoek te doen' [5]. Het in de motie verzochte formuleren van 'concrete doelstellingen' voor de verdeling van financiering per wetenschapsgebied zou door de partij geïnterpreteerd kunnen worden als een inperking van deze academische autonomie en een te grote sturing van buitenaf.
Bronnen:
"Wetenschappelijk onderwijs. Na jaren van afbraakbeleid moet er weer ruimte komen voor onderzoek en innovatie. We investeren fors in wetenschappelijk onderzoek. We werken toe naar de Lissabon-doelstelling om 3 procent van ons nationaal inkomen aan onderzoek en innovatie te besteden. Hierbij is regionale samenwerking tussen universiteiten, hogescholen en het mbo van groot belang."
"Investeren in onderzoek en innovatie met nationale technologiestrategie. De overheid gaat actief mee-investeren in baanbrekende innovaties: van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek op universiteiten en hogescholen tot commerciële toepassing in innovatieve bedrijven."
"Nieuwe kansen voor Nederland. De Nederlandse economie profiteert van onderzoek naar nieuwe technieken. We werken toe naar de Lissabon-doelstelling om drie procent van ons nationaal inkomen aan onderzoek en innovatie te besteden."
"Grip op internationalisering. We steunen de voorstellen vanuit de hogescholen en universiteiten om beter te sturen op de internationalisering van het onderwijsaanbod. Stabiele en toereikende bekostiging vanuit de overheid is hierbij van groot belang zodat er minder prikkels komen om onderling te concurreren."
"Bescherm de academische vrijheid. Academische vrijheid is van fundamenteel belang voor goede wetenschapsbeoefening en een open, democratische kennissamenleving. Het gaat om de vrijheid van onderzoekers om naar eigen inzicht onderzoek te doen en onderwijs te geven zonder druk van buitenaf. Die vrijheid staat onder druk en moet daarom wettelijk beter worden beschermd."