Versterking Nederlandse bètawetenschappen

De regering moet de verdeling van onderzoeksbudgetten internationaal vergelijken en doelen stellen voor de versterking van exacte wetenschappen, zoals natuurwetenschappen en techniek. Nederlandse wetenschappers publiceren relatief weinig en hun wetenschappelijke invloed neemt af. Meer langetermijnzekerheid is nodig om de internationale positie van Nederland in de bètawetenschappen te behouden.

Motie van het lid Claassen over de verdeling van publieke onderzoeksfinanciering over wetenschapsgebieden internationaal benchmarken

De kamer, constaterende dat Nederland van alle twintig referentielanden het kleinste aandeel publicaties in de natuurwetenschappen en engineering heeft; constaterende dat de citatie-impact in de natuurwetenschappen de afgelopen twee decennia met dertien procentpunten is gedaald volgens het Rathenau Instituut; overwegende dat de bètadecanen van alle Nederlandse universiteiten alarm hebben geslagen over het gebrek aan langetermijnzekerheid voor bèta- en technisch onderzoek en dat Nederland zijn internationale concurrentiepositie in de exacte wetenschappen structureel ziet verslechteren; verzoekt de regering de verdeling van publieke onderzoeksfinanciering over wetenschapsgebieden internationaal te benchmarken, concrete doelstellingen te formuleren voor de versterking van de exacte wetenschappen en de Kamer hierover bij de Voorjaarsnota 2027 te informeren.
16 april | Markusz | Aangenomen: 106–44 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat investeringen in onderzoek en ontwikkeling moeten stijgen naar minimaal 3% van de economie en dat innovaties moeten bijdragen aan economische groei [1]. Daarnaast is er een sterke focus op het versterken van bètawetenschappen en technologie, onder andere door internationaal talent aan te trekken in sectoren waar tekorten zijn zoals 'technologie, bètawetenschappen, AI en wiskunde' [2], en door het bevorderen van techniekonderwijs [4]. Deze motie sluit aan bij de ambitie om Nederland internationaal concurrerend te houden en investeringen in innovatie te verhogen [1][3].

Argumenten tegen: De partij waarschuwt voor 'regel op regel stapelen' en het 'steeds om extra onderzoek vragen' door de Tweede Kamer [6]. De motie verzoekt om een internationale benchmarking en het formuleren van doelstellingen, wat zou kunnen worden gezien als een administratieve last of bemoeienis, terwijl de partij juist aangeeft: 'Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven' [5].

Bronnen:

  1. "Uitgaven aan innovatie omhoog: We spannen ons in om de investeringen in onderzoek en ontwikkeling in Nederland te laten stijgen naar minimaal 3% van de totale omvang van de economie. Met de logica dat ongeveer iedere euro die door de overheid wordt geïnvesteerd in innovatie leidt tot twee euro aan investeringen door de markt. De inspanning is van de overheid en bedrijven gezamenlijk. Bedrijven die in Nederland willen investeren en een bijdrage willen leveren aan innovatie helpen we met het wegnemen van belemmeringen, door middel van het recent door de VVD aangekondigde R\&D-lanceerplatform. We versterken de samenwerking met universiteiten en kennisinstellingen zodat hun innovaties bijdragen aan economische groei."
  2. "Kiezen voor het juiste internationaal talent: Internationaal talent is belangrijk voor onze kenniseconomie, zeker in sectoren met een arbeidsmarkttekort. Maar we kunnen het aantal internationale studenten niet ongericht laten groeien. Daarom moeten we dat beperken tot studenten, wetenschappers en kenniswerkers in vakgebieden waar we een tekort hebben en die we hard nodig hebben zoals technologie, bètawetenschappen, AI en wiskunde. We beperken het aantal internationale studenten in andere sectoren. Door een nauwe samenwerking met het bedrijfsleven te stimuleren en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren, willen we internationaal talent in Nederland houden."
  3. "Het beste ondernemersklimaat: We leggen wettelijk vast dat de Nederlandse overheid de plicht heeft het ondernemersklimaat te verbeteren. Daarbij hoort een stabiel fiscaal klimaat, minder bureaucratie en stimulering van groeitechnologieën. De ambitie is zo hoog mogelijk op de internationale lijsten voor sterke economieën te komen. Als minimale ambitie geldt de top tien. Als Nederland buiten de top tien van meest concurrerende economieën wereldwijd dreigt te raken, dan wordt de overheid verplicht maatregelen te nemen."
  4. "Het versterken van techniekonderwijs: We richten ons onderwijs meer in op techniek en op het opleiden van vakpersoneel. Door leerlingen technische kennis en praktische vaardigheden te leren maken we hen enthousiast voor een toekomst in de techniek. We hebben een schreeuwend tekort aan vakmensen. We willen een landelijk dekkend netwerk van onderwijs in tekortsectoren en versterken de inzet op regionale samenwerking in het vmbo. We zorgen dat ook daar mensen enthousiast gemaakt worden voor de techniek. In plaats van het verplichte vak cultureel kunstzinnige vorming mogen leerlingen ook examen doen in een nieuw te ontwikkelen vak praktische techniek en technologie."
  5. "Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven: Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit. We gaan instellingen vragen meer samen te werken, zich te profileren op thema's en minder te concurreren op studentenaantallen. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt daartoe gemoderniseerd, zodat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen."
  6. "Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."