Strengere handhaving op universiteiten

De regering moet landelijke minimumnormen vaststellen voor het aanpakken van bezettingen en intimidatie op campussen. Universiteiten laten onrust en antisemitisch gedrag nu te lang toe door niet in te grijpen. Duidelijke regels en strengere sancties zorgen voor een veiligere leeromgeving voor studenten en medewerkers.

Motie van de leden Claassen en Boomsma over landelijke minimumnormen voor handhaving, ordeherstel en sancties bij bezettingen en intimidatie op campussen

De kamer, constaterende dat bezettingen, intimidatie en verstoring van onderwijs op universiteiten te lang gedoogd worden, met als gevolg normalisering van antisemitisme en gevoelens van onveiligheid onder studenten en medewerkers; overwegende dat universiteiten over huisregels en disciplinaire bevoegdheden beschikken, maar tijdige en consequente handhaving vaak ontbreekt en de-escalatie ten koste gaat van het onderwijs en de veiligheid; overwegende dat harde consequenties een preventieve werking hebben en onderhandelen met agressieve groepen niet leidt tot een veilige campus; verzoekt de regering landelijke minimumnormen vast te stellen voor tijdige handhaving, ordeherstel en sancties bij bezettingen en intimidatie op campussen, en universiteiten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid om eerder en consequenter op te treden.
16 april | Markusz, JA21 | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: Er is geen directe ondersteuning voor landelijke handhavingsnormen in het programma. Het enige aanknopingspunt voor veiligheid is de strijd tegen intimidatie, waarbij gesteld wordt dat de grens van het vrije woord intimidatie is en dat daarop gehandhaafd moet worden [2].

Argumenten tegen: De partij benadrukt het belang van het demonstratierecht en stelt dat demonstranten niet als criminelen behandeld moeten worden [3]. Daarnaast moet de Wet openbare manifestaties strikt in lijn zijn met mensenrechtenverdragen, waarbij aanscherping enkel wordt genoemd in de context van mensenrechten en niet in de context van beperking [1].

Bronnen:

  1. "De Wet openbare manifestaties moet in lijn worden gebracht met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daar waar de Nederlandse wetgeving onvoldoende is, moet die worden aangescherpt."
  2. "We leggen online-intimidatie aan banden. Mensen met een publieke stem (zoals wetenschappers, columnisten, kunstenaars en politici) moeten vrijuit kunnen spreken, ook in de digitale wereld. De grens van het vrije woord is volgens de wet intimidatie en bedreiging, daarop moet ook online worden gehandhaafd. Bij de Landelijke Eenheid Expertise en Operaties van de politie moet een team worden ingericht dat zich specialiseert in het aanpakken van online-intimidatie."
  3. "Medewerkers van de gemeente en de politie moeten aanvullende training krijgen over de wettelijke kaders van het demonstratierecht, zodat zij hun werk goed kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld ten aanzien van onwettige ID-controles en het aanhouden van journalisten of waarnemers van demonstraties. We moeten demonstranten niet als criminelen behandelen."