De regering moet landelijke minimumnormen vaststellen voor het aanpakken van bezettingen en intimidatie op campussen. Universiteiten laten onrust en antisemitisch gedrag nu te lang toe door niet in te grijpen. Duidelijke regels en strengere sancties zorgen voor een veiligere leeromgeving voor studenten en medewerkers.
Motie van de leden Claassen en Boomsma over landelijke minimumnormen voor handhaving, ordeherstel en sancties bij bezettingen en intimidatie op campussen
De kamer,
constaterende dat bezettingen, intimidatie en verstoring van onderwijs op
universiteiten te lang gedoogd worden, met als gevolg normalisering van
antisemitisme en gevoelens van onveiligheid onder studenten en
medewerkers;
overwegende dat universiteiten over huisregels en disciplinaire bevoegdheden beschikken, maar tijdige en consequente handhaving vaak
ontbreekt en de-escalatie ten koste gaat van het onderwijs en de
veiligheid;
overwegende dat harde consequenties een preventieve werking hebben
en onderhandelen met agressieve groepen niet leidt tot een veilige
campus;
verzoekt de regering landelijke minimumnormen vast te stellen voor
tijdige handhaving, ordeherstel en sancties bij bezettingen en intimidatie
op campussen, en universiteiten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid om eerder en consequenter op te treden.
Argumenten voor: De partij pleit expliciet voor een hardere aanpak van bezettingen en ordeverstoringen bij universiteiten. Zij stellen dat deze acties de rechtsstaat onder druk zetten en universiteitsgebouwen bezetten [4]. Bovendien willen zij bezettingen van universiteiten kwalificeren als inbraak door de wet aan te scherpen [3]. De partij benadrukt dat onderwijsinstellingen veilig moeten zijn voor alle studenten en dat de minister moet kunnen ingrijpen bij instellingen wanneer dit niet het geval is [1]. Het bestrijden van antisemitisme is voor de partij eveneens een prioriteit [2], wat aansluit bij de zorgen in de motie over normalisering van antisemitisme op campussen.
Argumenten tegen: Er zijn geen directe argumenten in het gekozen verkiezingsprogramma te vinden om tegen deze motie te stemmen. De partij zet juist breed in op veiligheid, handhaving en het beëindigen van bezettingen door activisten.
Bronnen:
"Sociale veiligheid: Onderwijsinstellingen moeten veilig zijn voor álle studenten. De onderwijsinspectie krijgt een explicietere rol in het toezien op deze veiligheid. Studenten en scholieren die schooleigendom vernielen worden eerder verwijderd van school. De minister moet kunnen ingrijpen door onderwijsinstellingen een aanwijzing te geven. Bij zeer ernstige veiligheidsproblemen kan de minister de bestuurders wegsturen."
"Harder optreden tegen antisemitisme: De Joodse gemeenschap verdient een veilige plek in Nederland. We versterken de nationale aanpak tegen antisemitisme en geven de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding meer bevoegdheden en middelen. Holocaustontkenning en -bagatellisering zijn een vorm van hedendaags antisemitisme en worden stevig aangepakt. We maken de Holocaust bespreekbaar in elk klaslokaal."
"Aanpak van bedrijfsbezettingen of erfbetreding door activisten: Ook activisten hebben van andermans eigendommen af te blijven. Daarom gaan we de wet aanscherpen, zodat wanneer ordeverstorende activisten zich illegaal toegang verschaffen tot woningen, stallen, erven, universiteiten of bedrijven, dat voortaan wordt gekwalificeerd als inbraak."
"Het is duidelijk: onze vrije en veilige democratische rechtsstaat staat onder druk. Maar onze vrije manier van leven is niet onderhandelbaar. Dat geldt ook voor de mensen die het recht op demonstratie - een groot goed in onze rechtsstaat - misbruiken door gevaarlijke situaties te creëren op snelwegen of door universiteitsgebouwen te bezetten. Deze groepen lijken het vermogen niet meer te hebben om met elkaar in gesprek te gaan."