Intrekking taalgids ministerie OCW

De regering moet de taalgids 'Woorden, toon en boodschap' van het ministerie van Onderwijs schrappen. De overheid mag niet voorschrijven welke woorden ambtenaren moeten gebruiken. Taal is ingewikkeld en ontwikkelt zich op natuurlijke wijze in de samenleving. Een ministerie mag daar geen eigen regels of ideologie aan koppelen.

Motie van het lid Van Houwelingen c.s. over de OCW-taalgids intrekken en het gebruik ervan per direct beëindigen

De kamer, constaterende dat binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de taalgids «Woorden, toon en boodschap» is opgesteld, waarin ambtenaren worden gestuurd in de keuze voor woorden en formuleringen; constaterende dat deze gids uitdrukkelijk normerend optreedt ten aanzien van taalgebruik, en daarmee een specifieke ideologische visie op mens, samenleving en communicatie tot uitgangspunt neemt; overwegende dat taal altijd contextgebonden, meerduidig en maatschappelijk gegroeid is, en dat het niet de taak van de overheid is om vanuit een departementale ideologie richtinggevend vast te stellen welke woorden als wenselijk moeten worden beschouwd; verzoekt de regering de betreffende taalgids in te trekken en het gebruik daarvan binnen het ministerie per direct te beëindigen.
16 april | FVD, JA21 | Aangenomen: 79–71 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: tegen (zeer onzeker, 10%)

Argumenten voor: Er is geen directe onderbouwing in het verkiezingsprogramma voor het steunen van deze motie. De motie gaat over taalgidsen bij het ministerie, terwijl het partijprogramma zich focust op klassenjustitie [1], het aanpakken van mensensmokkel [2], opvang in de regio [3] en investeren in veiligheid [4].

Argumenten tegen: Er is geen directe onderbouwing in het verkiezingsprogramma voor het tegenstemmen van deze motie. De verstrekte fragmenten bieden geen uitspraken over overheidscommunicatie, taalgidsen of departementale richtlijnen voor taalgebruik.

Bronnen:

  1. "Een eind aan Klassenjustitie. De rechtsstaat moet iedereen gelijk behandelen in gelijke gevallen. Toch kent Nederland vele vormen van Klassenjustitie. Terwijl bankiers op de Zuidas vrijuit gaan, komen opsporingsambtenaren bij de werkende klasse, mensen die hun inkomen verdienen uit arbeid, uitkering, of pensioen, thuis de tandenborstels tellen. Iedere crimineel moet aangepakt worden. Maar mensen en groepen zonder academische opleiding, een lager inkomen en een migratieachtergrond krijgen te maken met meer inzet van opsporing en zwaardere straffen. Daarom komt er een groot onderzoek naar klassenjustitie en institutionele discriminatie in onze rechtsstaat en opsporing, om zulke verschillen in behandeling tegen te gaan."
  2. "Mensensmokkel pakken we veel harder aan. Te vaak nog worden jonge vluchtelingen verhandeld, naar Nederland vervoerd en afgezet bij aanmeldcentra zoals Ter Apel en Budel. Vervolgens moeten daar de problemen opgelost worden terwijl de werkdruk er veel te hoog is. Er moet meer geïnvesteerd worden in politie en recherche om mensensmokkelaars aan te pakken en te stoppen."
  3. "Opvang in de regio. Als mensen moeten vluchten voor oorlog, geweld en vervolging, dan moet de wereldgemeenschap zorgen voor een veilig en menswaardig onderkomen. Dat kan het beste in de regio. Dit is goed voor mensen zelf, zodat ze dichtbij hun families en thuisland zijn en makkelijker kunnen terugkeren zodra het veilig is. Wij staan open voor migratieafspraken, op voorwaarde dat de opvang op een menswaardige manier plaatsvindt. Met een goede overeenkomst zouden opvangcentra buiten de EU mogelijk moeten zijn, maar alleen met een goed niveau van veiligheid, voorzieningen en financiering. Behalve de verantwoordelijkheid van de EU-lidstaten, en daarmee dus ook ons land, om binnen de eigen grenzen de opvang van vluchtelingen op een menswaardige manier te regelen, zullen we ook landen in de buurt van conflictgebieden helpen om een dergelijke opvang te onderhouden. Naast het bieden van veiligheid, voedsel en onderdak en medische zorg steunen we extra voorzieningen bij een voorspelbaar langer verblijf in de regio. Dat wil zeggen: toekomstgerichte voorzieningen, zoals onderwijs, beroepsopleidingen en gezondheidszorg, waardoor vluchtelingen bij terugkeer hun leven en land weer kunnen opbouwen."
  4. "14.1 Investeren in veiligheid"